Bacteriën, virussen en schimmels
Publiek
Woorden in deze lijst (25)
Origineel
- Archaea
- Kleine organismen zonder kernmembraan die vaak onder extreme omstandigheden worden aangetroffen.
- Flagellen
- Zweepstaarten of zweepharen aan de buitenzijde van een cel die dienen voor de voortbeweging.
- Extremofiel
- De benaming voor organismen die vaak onder extreme omstandigheden worden aangetroffen, zoals in geisers en in zoutmeren.
- Plasmiden
- Kleinere cirkelvormige chromosomen die naast het grote chromosoom in bacteriën kunnen voorkomen.
- Resistentie
- Ongevoeligheid van een organisme voor bepaalde gifstoffen, bijvoorbeeld tegen antibiotica.
- Cyanobacteriën
- Bacteriën die chlorofyl bevatten en daardoor autotroof zijn.
- DNA-replicatie
- De verdubbeling van het DNA voorafgaand aan de celdeling.
- Transformatie
- Het opnemen en gebruiken van DNA-fragmenten van een gestorven en uiteengevallen soortgenoot door een bacterie.
- Conjugatie
- Het verschijnsel waarbij een gerepliceerd plasmide via een holle buis van de ene naar de andere bacterie gaat.
- Transductie
- Het proces waarbij virussen DNA overbrengen van de ene naar de andere bacterie.
- Huidflora
- De verzameling onschadelijke bacteriën op de huid die een natuurlijke bescherming vormen tegen schadelijke bacteriën.
- Darmflora
- De verzameling nuttige bacteriën in de darmen die helpen bij de vertering en bescherming bieden.
- Waterbloei
- Het verschijnsel waarbij cyanobacteriën in zulke grote aantallen voorkomen dat het water een blauwgroene kleur krijgt.
- Virus
- Een zeer klein deeltje bestaande uit erfelijk materiaal en een eiwitmantel, dat zich uitsluitend binnen gastheercellen kan vermenigvuldigen.
- DNA-virus
- Een virus waarbij het erfelijk materiaal uit DNA bestaat.
- RNA-virus
- Een virus waarbij het erfelijk materiaal uit RNA bestaat.
- Eiwitmantel
- Het omhulsel van erfelijk materiaal bij een virus, ook wel capside genoemd.
- Gastheercellen
- Specifieke cellen waarin virussen zich uitsluitend kunnen voortplanten.
- Bacteriofagen
- Virussoorten die specifieke bacteriën als gastheer gebruiken.
- Gisten
- Eencellige schimmels.
- Chitine
- Een hoornachtige stof waaruit de celwanden van gisten en de meeste schimmels grotendeels bestaan.
- Hyfen
- Lange draden waaruit meercellige schimmels meestal zijn opgebouwd, ook wel schimmeldraden genoemd.
- Mycelium
- Een netwerk van schimmeldraden (hyfen).
- Virotherapie
- Het gebruik van virussen om ziekten, zoals kanker, te behandelen.
- Immunotherapie
- Therapie die het immuunsysteem van het lichaam versterkt om ziekten te bestrijden.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–