Biologie H7
Publiek
3keer geoefend
Woorden in deze lijst (69)
Origineel
- Abiotische omgevingsfactor
- invloed uit de omgeving door levenloze zaken, zoals temperatuur. Abiotisch is alles wat niet leeft.
- Biotische omgevingsfactor
- invloed uit de omgeving door alles wat leeft of heeft geleefd. Biotisch is alles wat leeft of geleefd heeft.
- duurzaam
- dat je ervoor zorgt dat je het milieu niet aantast en de grondstoffen niet opraken.
- ecologie
- de tak van biologie die de relaties tussen de organismen en hun leefomgeving bestudeert.
- Ecosysteem
- de levende natuur en niet-levende natuur in een bepaald gebied.
- leefomgeving
- een ander woord voor milieu
- milieu
- een ander woord voor leefomgeving
- milieuvervuiling
- als er schadelijke stoffen in de lucht, in het water en/
of in de bodem terechtkomen - biomassa
- massa van organismen waarbij je water in het lichaam niet meerekent
- carnivoor
- vleeseter, een organisme dat uitsluitend dieren of delen daarvan eet
- consument
- organisme dat andere organisme of delen daarvan opeet. dit zijn de herbivoren, de omnivoren en de carnivoren
- fotosynthese
- proces waarbij planten glucose maken met behulp van koolstofdioxide, water en zonne-energie
- herbivoor (planteneter)
- herbivoren, een organisme dat uitsluitend planten of delen daarvan eet
- koolstofkringloop
- de manier waarop koolstof vanuit de lucht in een voedselweb door organismen wordt opgenomen en weer terug de lucht in komt koolstof zit in stoffen als koolhydraten eiwitten en koolstofdioxide
- mineraal
- een natuurlijke stof uit de aarde, vast, met een vaste samenstelling
- omnivoor
- alleseter een organisme dat planten en dieren of delen daarvan eet
- producent
- organisme dat glucose produceert door fotosynthese en met die glucose de voedingsstoffen voor consumenten maakt dit zijn de planten
- reducent
- bacterien en schimmels die leven van dode resten van organismen. reducenten zorgen ervoor dat de mineralen uit dode organismen terugkomen in de bodem en het water
- verbranding
- proces in cellen waarbij koolstofdioxide en water ontstaan en waarbij energie vrijkomt
- voedselketen
- de volgorde waarin organismen elkaar opeten
- voedselkringloop
- kringloop van voedingsstoffen
- voedselweb
- alle voedselketens in een gebied samen
- draagkracht
- max aantal organismen per soort dat in een ecosysteem kan leven
- emigratie
- organismen verlaten een bepaald gebied waardoor de samenstelling van de populaties in dat gebied kan veranderen
- geboortecijfer
- aantal organismen dat per jaar in een populatie wordt geboren
- immigratie
- organismen vestigen zich in een bepaald gebied waardoor de samenstelling van de populaties in dat gebied kan veranderen
- populatie
- groep organismen van dezelfde soort die in een bepaald gebied leeft en zich daar voortplant
- populatiegrootte
- totaal aantal organismen in een bepaalde populatie
- predator
- roofdier
- prooidier
- dier dat wordt gegeten door een roofdier
- steekproef
- onderzoek op een klein aantal organismen uit een grote groep
- sterftecijfer
- aantal organismen dat per jaar in een populatie sterft
- voedselconcurrentie
- de situatie dat verschillende soorten organismen jagen op hetzelfde voedsel
- exoot
- organismen dat van nature niet in een bepaald ecosysteem voorkomt
- migratie
- verplaatsing van organismen naar een nieuwe leefomgeving
- omgevingsfactor
- invloed uit de omgeving dit kan een biotische of een abiotische factor zijn
- optimumtemperatuur
- meest gunstige tem. voor een organismeom bij te leven
- overlevingskans
- percentage van het aantal organismen dat overleeft bij bepaalde omgevingsfactoren
- tolerantiegebied
- de hoeveelheid van een factor waarbij een organisme kan overleven
- verspreidingsgebied
- het gebied waar een soort voorkomt
- afbreekbaar
- als een stof kan veranderen in andere stoffen die andere eigenschappen hebben. gifstoffen die afbreekbaar zijn, zijn niet meer schadelijk nadat ze zijn afgebroken
- algenbloei
- snelle groei van algen door veel stikstof in het water
- ammoniak
- Stikstofhoudende stof die via de lucht verplaatst wordt en in andere gebieden neerslaat in de bodem
- atmosfeer
- de luchtlaag rondom de aarde waar de meeste gassen zijn.
- biologische bestrijding
- natuurlijke vijanden inzetten die het specifiek een bepaalde plaagsoort doden
- broeikaseffect
- effect dat broeikasgassen, zoals koolstofdioxide een deel van de warmte van de zon in de atmosfeer vasthouden
- broeikasgas
- gas in de atmosfeer dat een deel van de warmtestraling van de zon vasthoudt (vb) van broeikasgassen zijn: koolstofdioxide, waterdamp en methaan zijn broeikasgassen
- fijnstof
- heel kleine stofdeeltjes die zo licht zijn dat ze lang door de lucht kunnen zweven fijnstof draagt bij aan de luchtvervuiling
- fossiele brandstof
- olie, gas en steenkool die bij verbranding het klimaat opwarmen
- gewasbescherimgsmiddel
- giftige stof om gewassen te beschermen tegen ongewenste insecten en schimmels
- klimaatverandering
- een langdurige verandering van het klimaat op aarde, vooral door extra broeikasgadden zoals CO2
- luchtvervuiling
- vervuilende lucht door schadelijke stoffen zoals uit verkeer en fabrieken
- ophoping
- toename van de hoeveelheid gifstoffen in het lichaam van een organisme naarmate het verder in de voedselketen staat
- resistent
- wnnr een organisme ongevoelig is voor bepaalde bestrijdingsmiddelen
- stikstof
- een gas dat nodig is voor planten maar schadelijk is in teveel
- versterkt broeikaseffect
- extra opwarming van de aarde door te veel broeikasgassen zoals CO2
- zeespiegelstijging
- het hoger worden van de zeespiegel door opwarming van de aarde
- duurzame energiebron
- energie die nooit opraakt en weinig vervuilt
- hernieuwbaar
- iets dat steeds opnieuw aangevuld kan worden en niet opraakt
- klimaatakkoord
- afspraken tussen landen om minder broeikasgassen uit te stoten en opwarming te beperken.
- klimaatvoetafdruk
- de hoeveelheid broeikasgassen die je uitstoot als gevolg van je leefstijl
- recyclen
- opnieuw gebruiken van materialen
- watervoetafdruk
- de hoeveelheid zoet water die je uitstoot als gevolg van je leefstijl
- bioplastic
- plastic dat gemaakt is van natuurlijke producten zoals zetmeel uit aardappelen en mais
- hergebruik
- tweedehands spullen kopen inplaats van nieuwe spullen
- microplastics
- stukjes plastic met een afmeting tussen 0,05 en 5 mm
- nanoplastics
- stukjes plastic van een duizendste mm nog kleiner nanoplastics vormen een deel van fijnstof
- plasticsoep
- ophopingen van plastic afval in rivieren, zeeën en oceanen
- toppredator
- dier dat geen prooi is voor andere dieren een toppredator is de laatste schakel van de voedselketen