7. Wie heeft het voor het zeggen?
Publiek
Woorden in deze lijst (25)
Origineel
- Collectieve goederen
- Voorzieningen waar alle burgers gebruik van kunnen maken en die worden geleverd en betaald door de overheid.
- Collectieve sector
- De overheid en de instellingen voor de sociale zekerheid.
- Innovatie
- Het ontwikkelen van nieuwe productiemethodes of nieuwe producten.
- Marktwerking
- Aanbieders van producten concurreren met elkaar op kwaliteit en prijs.
- Particuliere sector
- Alle burgers en bedrijven. Particuliere bedrijven proberen winst te maken met de verkoop van goederen of diensten.
- Privatisering
- De overheid verkoopt een dienst of activiteit aan de particuliere sector.
- Actieven
- Mensen die hun eigen inkomen verdienen.
- Sociaal minimum
- Een door de overheid vastgesteld maandelijks bedrag dat je minimaal nodig hebt om van te leven.
- Sociale voorzieningen
- Uitkeringen die de overheid met belastinggeld betaalt, zoals de bijstand, en zorg- en huurtoeslag.
- Solidariteitsbeginsel
- Iedereen met een inkomen staat een deel daarvan af voor mensen die zelf geen inkomen kunnen verdienen.
- Volksverzekering
- Een uitkering waar iedere inwoner recht op heeft. Bijvoorbeeld de AOW (voor ouderen) en de ANW (voor de partner en kinderen van iemand die overleden is).
- Werknemersverzekering
- Een uitkering voor mensen die in loondienst werken of hebben gewerkt. Bijvoorbeeld de WW (voor werklozen) en de WIA (voor arbeidsongeschikten).
- Directe belastingen
- Belasting die je rechtstreeks aan de overheid betaalt. Bijvoorbeeld inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting.
- Draagkrachtbeginsel
- Bij de belasting wordt rekening gehouden met de hoogte van je inkomen.
- Indirecte belastingen
- Belastingen zoals accijns en btw die verwerkt zijn in de prijs van een product.
- Inkomstenbelasting
- Belasting die iedereen over zijn inkomen moet betalen.
- Motorrijtuigenbelasting
- Wegenbelasting. Belasting die je betaalt voor het bezit van een auto.
- Niet-belastingontvangsten
- Andere inkomsten van de overheid, zoals van boetes en winsten uit overheidsbedrijven.
- Profijtbeginsel
- Je betaalt als je ergens gebruik van maakt.
- Vennootschapsbelasting
- Belasting die bv’s en nv’s betalen over hun winst.
- Begrotingsoverschot
- De verwachte uitgaven zijn lager dan de verwachte inkomsten.
- Begrotingstekort
- De verwachte uitgaven zijn hoger dan de verwachte inkomsten.
- Miljoenennota
- Een toelichting op de rijksbegroting waarin de regering uitlegt welke keuzes zij gemaakt heeft.
- Rijksbegroting
- De verwachte inkomsten en uitgaven van het rijk in het komende jaar.
- Staatsschuld
- Schuld van de overheid die ontstaan is door geld te lenen in alle jaren met een begrotingstekort.