Begrippen van Deeltjesmodellen
Publiek
Woorden in deze lijst (21)
Origineel
- Absolute nulpunt
- De temperatuur waarbij de deeltjes niet meer bewegen, maar absoluut stilstaan, wat overeenkomt met -273,15 °C of 0 Kelvin.
- Atoom
- Een deeltje dat volgens Democritos ondeelbaar is en waaruit moleculen zijn opgebouwd.
- Condenseren
- De faseovergang van de gasvormige fase naar de vloeibare fase.
- Deeltjesmodellen
- Modellen waarbij we ons voorstellen dat stoffen bestaan uit hele kleine deeltjes, gebruikt om verschijnselen te verklaren.
- Gasvormige fase
- Een toestand van een stof waarbij er relatief een hele grote ruimte tussen de deeltjes is en de deeltjes een hele grote snelheid hebben.
- Inwendige energie
- De som van de kinetische energie en de potentiële energie van de deeltjes.
- Kelvinschaal
- Een temperatuurschaal waarbij het absolute nulpunt is gedefinieerd als 0 Kelvin.
- Kinetische energie
- Bewegingsenergie van de deeltjes, waarvan de snelheid afhangt van de temperatuur.
- Materiaal
- Een stof die voor een bepaald doel met haar specifieke stofeigenschappen wordt gebruikt.
- Molecuulmodel
- Een vereenvoudigd deeltjesmodel waarbij elk molecuul als één deeltje wordt voorgesteld.
- Potentiële energie
- Energie die afhangt van de afstand tussen de deeltjes en hun onderlinge aantrekking.
- Rijpen
- De faseovergang van de gasvormige fase direct naar de vaste fase.
- Smelten
- De faseovergang van de vaste fase naar de vloeibare fase.
- Smeltwarmte
- De energie die nodig is om één kilogram van een stof op zijn smeltpunt om te zetten van de vaste fase in de vloeibare fase.
- Stofeigenschappen
- Eigenschappen die specifiek bij een stof horen, zoals kookpunt, smeltwarmte, verbrandingswarmte of dichtheid, en die afhankelijk zijn van de temperatuur.
- Stollen
- De faseovergang van de vloeibare fase naar de vaste fase.
- Sublimeren
- De faseovergang van de vaste fase direct naar de gasvormige fase.
- Vaste fase
- Een toestand van een stof waarbij de deeltjes heel dicht bij elkaar zitten, gerangschikt zijn op een vaste plek en wel bewegen maar niet kunnen verplaatsen, waardoor de stof een vaste vorm heeft.
- Verdampen
- De faseovergang van de vloeibare fase naar de gasvormige fase.
- Verdampingswarmte
- De energie die nodig is om één kilogram van een stof op zijn kookpunt om te zetten van de vloeibare fase in de gasfase.
- Vloeibare fase
- Een toestand van een stof waarbij de deeltjes langs elkaar heen glijden.