instructiewoorden
Publiek
Woorden in deze lijst (24)
Origineel
- bagatelliseren
- Iets kleiner of minder belangrijk maken dan het is.
- beeldspraak
- Taalgebruik waarbij je iets niet letterlijk bedoelt, maar figuurlijk, zoals bij een vergelijking of metafoor.
- betrokkenheid
- De mate waarin iemand zich verbonden of geïnteresseerd voelt.
- causaliteit
- Oorzaak-gevolgrelatie tussen twee zaken.
- constatering
- Het vaststellen van een feit of waarneming.
- denkbeeldig
- Niet echt bestaand, maar in gedachten gevormd.
- engagement
- Actieve betrokkenheid of inzet.
- impliciet
- Niet rechtstreeks gezegd, maar wel bedoeld.
- interpretatie
- De manier waarop iemand iets uitlegt of begrijpt.
- kanttekening
- Een kritische opmerking of nuance bij iets wat gezegd is.
- karakteriseren
- Iemand of iets typeren door eigenschappen te beschrijven.
- karikaturaal
- Overdreven en schetsmatig weergegeven, vaak om iets belachelijk te maken.
- metafoor
- Een vorm van beeldspraak waarbij iets direct met iets anders wordt vergeleken zonder ‘als’.
- oorzakelijkheid
- Het verband waarbij iets de oorzaak is van iets anders.
- overdreven
- Sterker of groter voorgesteld dan het werkelijk is.
- paradoxaal
- Tegenstrijdig lijkend, maar vaak met een diepere betekenis.
- relativeren
- Iets in perspectief plaatsen, minder zwaar laten wegen.
- tegenstrijdig
- Niet met elkaar overeenkomend, elkaar tegensprekend.
- toelichting
- Nadere uitleg of verduidelijking.
- typeren
- Iets beschrijven aan de hand van kenmerkende eigenschappen.
- vaststelling
- Formele bevestiging of conclusie op basis van feiten.
- verklaring
- Uitleg waarom iets zo is.
- voorbeeld
- Concrete situatie die iets verduidelijkt.
- voorbehoud
- Een beperking of nuance bij een uitspraak.