Water in het Nederlandse landschap
Publiek
Woorden in deze lijst (20)
Origineel
- Oeverwallen
- Verhoogde stukken grond langs de rivier die zijn ontstaan door sedimentatie.
- Zomerdijk
- Een lage dijk die het water tegenhoudt bij een normale waterstand.
- Uiterwaard
- Een strook land langs de rivier die mag overstromen bij hoogwater.
- Winterdijk
- Een hoge dijk die het achterliggende gebied beschermt als het water bij hoogwater verder stijgt.
- Binnendijkse gebieden
- De gebieden die door dijken worden beschermd tegen overstromingen.
- Buitendijkse gebieden
- De gebieden die bij hoogwater kunnen onderlopen.
- Kribben
- Dammetjes die dwars op de oever van de rivier staan om de vaargeul diep te houden.
- Kanaliseren
- Het rechtstrekken van rivieren voor een betere scheepvaart en waterafvoer.
- Flessenhalzen
- Smalle stukken in het rivierengebied waar de rivier weinig ruimte heeft om doorheen te stromen.
- Ruimte voor de Rivier
- Een overheidsprogramma met maatregelen om rivieren meer ruimte te geven bij een piekafvoer.
- Waterbergend vermogen
- De mate waarin een rivier of gebied water kan opvangen en vasthouden.
- Nevengeulen
- Extra gegraven geulen naast de rivier om bij hoogwater meer water af te kunnen voeren.
- Overloopgebieden
- Gebieden die zijn aangewezen om te mogen overstromen bij een hoge waterstand.
- Duinen
- Door de wind opgeblazen zandheuvels die dienen als natuurlijke kustbescherming.
- Dijk
- Een door mensen gemaakte wal om het land tegen overstromingen te beschermen.
- Dam
- Een zeewering in het water die de zee scheidt van een meer of rivier.
- Polders
- Stukken land waar mensen zelf de waterstand regelen.
- Gemalen
- Machines die worden gebruikt om water uit een polder weg te pompen.
- Boezem
- Een netwerk van waterwegen waarin polderwater tijdelijk wordt opgeslagen voordat het naar de rivier of zee gaat.
- Droogmakerij
- Een polder die is ontstaan door een meer of deel van de zee droog te pompen.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–