Leerboek - 3 vmbo-kgt - 7 Gezondheid & ziekte - F
Publiek
Woorden in deze lijst (31)
Origineel
- arts
- Iemand die geneeskunde heeft gestudeerd en die als werk heeft te proberen mensen op een wetenschappelijke manier beter te maken.
- vaccineren
- Een sterk verdunde of verzwakte ziekteverwekker bij iemand inbrengen om zo de weerstand tegen die ziekte bij zo iemand op te wekken, waardoor hij niet meer besmet kan raken met die ziekte.
- scheikundige
- Iemand die scheikunde heeft gestudeerd, een vak dat bestudeert hoe stoffen zijn samengesteld uit verschillende elementen (bijvoorbeeld water dat bestaat uit waterstof en zuurstof ), en hoe nieuwe stoffen kunnen worden gemaakt.
- laboratorium
- Werkplaats voor wetenschappelijk onderzoek waar experimenten worden gedaan.
- bacterie
- Eencellig levend organisme dat zich snel vermenigvuldigt en gisting of rotting veroorzaakt.
- pasteuriseren
- Door verhitting bacteriën in een stof doden waardoor die minder snel bederft.
- bewijzen
- Aantonen dat iets echt waar is, met overtuigende argumenten of documenten.
- oorzaak
- Iets waardoor iets anders gebeurt.
- immuun
- Ongevoelig voor een ziekte, daarmee niet besmet kunnen worden.
- virus
- Onzichtbaar klein levend deeltje dat alleen binnen een ander lichaam kan voortleven en daar een ziekte veroorzaakt.
- sterfte
- De hoeveelheid mensen die overlijdt.
- doorbraak
- Belangrijke ontdekking waardoor oude overtuigingen verdwijnen en nieuwe werkwijzen mogelijk worden.
- geneeskunde
- De kunst om zieken beter te maken.
- weerstand
- Vermogen om je ergens tegen te verzetten, ergens tegen kunnen.
- toeval
- Iets wat je niet ziet aankomen en wat zomaar gebeurt, zonder plan.
- schimmel
- Levend organisme dat bestaat uit witte draden, familie van de paddenstoelen.
- koortsachtig
- Jachtig en met grote haast met iets bezig zijn.
- geneesmiddel/
medicijn - Stof in de vorm van pillen, drankjes of injecties die gebruikt wordt om ziekten te bestrijden. Hetzelfde als medicijn.
- penicilline
- Antibioticum dat gebruikt wordt om bacteriën te doden waardoor mensen minder last hebben van infecties.
- levensverwachting
- De maximale leeftijd die gemiddeld bereikt wordt in een bepaald land of gebied.
- levensomstandigheden
- De toestanden waarin je leeft, bijvoorbeeld woning of werk.
- organiseren
- Iets zó regelen dat mensen goed samenwerken met een goed resultaat.
- landbouw
- Gebruik van grond om aan voedsel te komen: door akkers aan te leggen of door vee te houden.
- massaproductie
- In grote hoeveelheden goederen produceren.
- fabriek
- Plaats waar producten worden gemaakt met behulp van machines.
- regering
- Groep bestuurders, meestal ministers, die plannen maakt voor nieuwe wetten en bestaande wetten uitvoert.
- wet
- Algemene regel die geldt voor iedereen in het land. In democratische landen geldt dat zulke regels door de regering zijn vastgesteld en goedgekeurd door het parlement.
- armoede
- Heel weinig hebben, bijna niets hebben om van te leven.
- overheid
- De instelling die de macht heeft in een land, provincie of gemeente.
- volksgezondheid
- Zo veel mogelijk mensen in een volk een gezond leven laten leiden.
- ongelijkheid
- Tegenovergestelde van gelijkheid. Er is ongelijkheid als er verschillen zijn tussen mensen, bijvoorbeeld verschillen in rijkdom of verschillen in rechten.