Welke begrippen moet je kennen?
Publiek
Woorden in deze lijst (53)
Origineel
- aanlandige wind
- Wind vanaf zee. Heet ook zeewind.
- aardas
- De denkbeeldige lijn van de noordpool naar de zuidpool.
- adaptatie
- Aanpassing. Hier: Maatregelen nemen om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan.
- albedo
- De weerkaatsing van de atmosfeer en het aardoppervlak.
- albedo-effect
- Het opwarmen of afkoelen van een gebied door de albedo.
- boomgrens
- Grens tussen een gebied waar nog wel bomen groeien en waar geen bomen meer kunnen groeien door de lage temperatuur (kouder dan gemiddeld 10 °C in de zomer).
- breedteligging
- De afstand van een plaats tot de evenaar.
- broeikaseffect
- Het vasthouden van zonnewarmte door de dampkring.
- broeikasgas
- Gas in de atmosfeer – zoals waterdamp, methaan, koolstofdioxide, lachgas en ozon – dat warmte kan opnemen en geleidelijk weer kan afgeven, waardoor het bijdraagt aan het broeikaseffect.
- continentaal plat
- Het deel van de zeebodem dat aan een land grenst. Het punt waarop de zeebodem opeens steiler naar beneden gaat, is de grens van het continentaal plat.
- continentale plaat
- Stuk van de aardkorst dat bestaat uit lichter gesteente en dat een continent vormt.
- convergentie
- Het naar elkaar toe drijven van platen.
- dampkring
- Luchtlaag rondom de aarde. Heet ook atmosfeer.
- delfstof
- Grond- en brandstof die je uit de aarde haalt.
- divergentie
- Het uit elkaar drijven van platen.
- ecosysteem
- Het geheel van planten en dieren in een gebied en hoe ze in verhouding staan tot elkaar en hun omgeving.
- exclusieve economische zone (EEZ)
- Een strook van 200 zeemijl die wordt beheerd door de kuststaat en waar deze staat ook de visserijrechten heeft en het recht om grondstoffen te winnen.
- geologie
- Wetenschap die zich bezighoudt met het ontstaan en de veranderingen van de aardkorst.
- geologische tijdschaal
- Indeling van de geschiedenis van de aarde in verschillende tijdvakken, gebaseerd op belangrijke veranderingen in gesteenten, het klimaat en het leven op aarde.
- glaciaal
- Koude periode waarin de gemiddelde temperatuur op aarde een paar graden daalde en waarin zich op het land uitgestrekte ijskappen vormden. Heet ook ijstijd.
- gletsjer
- Enorme ijsmassa die langzaam naar beneden schuift.
- grondstof
- Ruw materiaal (zoals ijzererts of cacaobonen) dat nog bewerkt moet worden om er een product van te maken.
- hogedrukgebied
- Gebied met dalende lucht, veel zon en weinig bewolking.
- interglaciaal
- Periode tussen twee ijstijden waarin het klimaat enkele graden opwarmt.
- isotherm
- Lijn die plaatsen met een gelijke temperatuur met elkaar verbindt.
- kantelpunt
- Een moment waarop in korte tijd een heel grote verandering plaatsvindt. Hier: Een moment waarop het klimaat in een korte tijd drastisch en onomkeerbaar verandert. Heet ook tipping point.
- klimaat
- Het gemiddelde weer in een bepaald gebied over een langere tijd, meestal dertig jaar.
- klimaatafspraak
- Internationale afspraak die landen maken om klimaatverandering te voorkomen of om de gevolgen ervan te beperken.
- landijs
- Honderden meters tot kilometers dikke lagen ijs op het land die zijn ontstaan doordat sneeuw eeuwenlang laag na laag bleef liggen en onderin werd samengeperst tot ijs.
- magma
- Heet, vloeibaar gesteente binnen in de aarde.
- middernachtzon
- Periode in de zomer in de poolstreken waarin de zon niet ondergaat. Heet ook pooldag.
- mitigatie
- Iets proberen te voorkomen. Hier: Maatregelen nemen om klimaatverandering te voorkomen.
- negatieve terugkoppeling
- Hier: Terugkoppeling die de opwarming van de aarde vertraagt; werkt als een soort buffer.
- oceanische plaat
- Stuk van de aardkorst dat bestaat uit zwaarder gesteente en dat bedekt is met oceaan.
- pakijs
- Massa op elkaar geschoven losse brokken zee-ijs (ijsschollen).
- Pangea
- Naam voor het oercontinent toen alle werelddelen aan elkaar vastlagen (zo'n 245 miljoen jaar geleden).
- permafrost
- Altijd bevroren ondergrond.
- polaire zone
- Zie poolstreek.
- poollicht
- Gekleurde lichtverschijnselen aan de hemel. Ze worden veroorzaakt door botsing van zonnedeeltjes die de ruimte in worden geslingerd met het magnetische veld van de aarde. Heet ook aurora borealis, aurora australis, noorderlicht of zuiderlicht.
- poolnacht
- Periode in de winter in de poolstreken waarin de zon niet opkomt.
- poolstreek
- Het gebied ten noorden van 66½° N.B. en ten zuiden van 66½° Z.B. Heet ook polaire zone.
- positieve terugkoppeling
- Hier:Terugkoppeling die de opwarming van de aarde versnelt.
- schiereiland
- Gebied dat aan drie kanten is omringd door zee.
- schild
- Een zeer oud stuk aardkorst van minstens 500 miljoen jaar.
- stratovulkaan
- Vulkaan met steile hellingen die opgebouwd is uit lagen lava en pyroclastisch materiaal.
- subductie
- Het wegduiken van een oceanische plaat onder een continentale plaat.
- terugkoppeling
- Verschijnsel dat een proces wordt beïnvloed door zijn eigen resultaat.
- tipping point
- Zie kantelpunt.
- versterkt broeikaseffect
- Versterking van het natuurlijke broeikaseffect door een stijging van de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer.
- weer
- De temperatuur, de neerslag en de wind op een bepaalde plaats, op een bepaald moment.
- zee-ijs
- Bevroren zeewater.
- zeespiegelstijging
- Stijging van de zeespiegel door het afsmelten van gletsjers en landijs en het uitzetten van het zeewater.
- zeestroom
- Stroming van zeewater die ontstaat doordat de wind langdurig uit één richting waait.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–