Begrippen geschiedenis Duitsland
Publiek
0keer geoefend
Woorden in deze lijst (45)
Origineel
- Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO)
- Militair bondgenootschap tussen westerse landen die hebben afgesproken dat als een van de lidstaten wordt aangevallen, de andere militair te hulp zullen schieten.
- Oostblok
- Verzamelnaam voor de Sovjet-Unie en de landen in Centraal- en Oost-Europa die onder de invloedssfeer van de Sovjet-Unie vielen.
- planeconomie
- Economisch systeem waarbij de staat volgens een meerjarenplan bepaalt wat en hoeveel er wordt geproduceerd.
- Staatssicherheitsdienst
- De Oost-Duitse veiligheidsdienst die de taak had om mensen te bespioneren en de vijanden van het communistische systeem uit te schakelen. Vaak afgekort tot Stasi.
- Trumandoctrine
- Amerikaanse politiek tijdens de Koude Oorlog die erop was gericht te voorkomen dat het communisme zich zou verspreiden en waarbij Amerikaanse steun werd verleend aan landen die door het communisme werden bedreigd.
- volksdemocratie
- De communistische variant van een democratie: bij verkiezingen kunnen de burgers alleen hun stem uitbrengen op kandidaten die zijn goedgekeurd door de communistische partij.
- Warschaupact
- Militair bondgenootschap onder leiding van de Sovjet-Unie, dat in 1955 werd opgericht om het communisme in de lidstaten gezamenlijk te verdedigen.
- Wirtschaftswunder
- Het snelle herstel van de West-Duitse economie in de jaren 1950. Letterlijk: 'economisch wonder'.
- Brezjnevdoctrine
- Het politieke uitgangspunt van Sovjetleider Leonid Brezjnev (vanaf 1968), waarin werd vastgelegd dat communistische landen mochten ingrijpen als een ander communistisch land werd bedreigd door democratisering of kapitalisme.
- detente
- Periode van ontspanning en toenadering tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie tijdens de Koude Oorlog (tussen 1969 en 1979).
- Europese Unie (EU)
- Sinds 1993 het voornaamste orgaan waarin Europese landen samenwerken; is sinds de oprichting aanzienlijk uitgebreid (27 lidstaten in 2023).
- glasnost
- Russische aanduiding voor een grotere vrijheid van meningsuiting en openheid van bestuur die ontstond ten tijde van partijleider Gorbatsjov.
- Ostpolitik
- Buitenlandpolitiek van de BRD onder bondskanselier Willy Brandt die zich richtte op het verbeteren van de relatie met de DDR, de Sovjet-Unie en andere Oostbloklanden.
- perestrojka
- Russische aanduiding voor de hervorming van het Sovjetsysteem onder partijleider Gorbatsjov met meer politieke en economische vrijheid als doel.
- val van de Berlijnse Muur
- De beëindiging van het reisverbod vanuit de DDR naar West-Duitsland door openstelling van de Berlijnse Muur. Deze leidde uiteindelijk tot de ondergang van het communistische regime in de DDR.
- antisemitisme
- Haat tegen en/
of discriminatie van Joden. - appeasementpolitiek
- De buitenlandsche politiek van Groot-Brittannië en Frankrijk in de jaren 1930, die erop was gericht een oorlog met Duitsland te voorkomen door steeds toe te geven aan de wensen en eisen van Hitler. Letterlijk: 'verzoeningspolitiek'.
- arbeidsdienst
- De gedwongen tewerkstelling van arbeiders uit de bezette gebieden in de Duitse oorlogsindustrie.
- beurskrach
- Massale en plotselinge ineenstorting van de koersen op een aandelenbeurs, in het bijzonder het inzakken van de beurs van New York in 1929, waardoor een wereldwijde economische crisis ontstond.
- communisme
- Stroming binnen het socialisme die het lot van de arbeidersklasse wil verbeteren door middel van een revolutie, of met meer leiders in het beheer van de samenleving en gemeenschappelijke bezit van de productiemiddelen.
- Dawesplan
- Plan uit 1924 van een internationale commissie onder leiding van de Amerikaan Charles Dawes dat gericht was op verlichting van de Duitse herstelbetalingen na de Eerste Wereldoorlog.
- dolkstootlegende
- Complottheorie die de schuld voor het verlies van de Eerste Wereldoorlog bij de regering van de Republiek van Weimar neerlegde.
- geallieerden
- In de Eerste en Tweede Wereldoorlog: bondgenoten tegen Duitsland, vooral Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland/
de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. - herstelbetaling
- Een vergoeding (in geld of in goederen) voor geleden oorlogsschade.
- machtigingswet
- Wet waarmee het parlement (een deel van) zijn bevoegdheden overdraagt aan de regering, zodat de andere democratische machten buiten de wet om kunnen worden opgelost.
- nazificatie
- Het streven van de nationaalsocialisten om een vrije samenleving om te vormen tot een totale maatschappij die is gebaseerd op nationaalsocialistische beginselen, onder meer met behulp van propaganda.
- NSDAP
- Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij; Duitse nationalistische en racistische politieke partij die (van 1920 tot 1945) streefde naar verovering van meer macht en het onderdrukken van bepaalde groepen.
- parlementaire democratie
- Politiek systeem waarin een democratisch gekozen parlement de hoogste macht heeft.
- propaganda
- Politieke reclame om mensen te overtuigen van en te laten gehoorzamen aan de ideeën van een bepaalde persoon of partij.
- rechtsstaat
- Een staat waarin wetten de staatsmacht inperken en burgers verzekerd zijn van eerlijke rechtsgang, zoals rechten op vrijheid, eigendom en gelijkheid voor de wet.
- Republiek van Weimar (ook: Weimarrepubliek)
- De Duitse democratische republiek die begon met de nieuwe grondwet (van 1919) en eindigde met de machtsovername door Adolf Hitler in 1933.
- rijksdagbrand
- De brand die (in 1933) het Duitse parlementsgebouw in Berlijn verwoestte.
- totalitair regime
- Een regering die bijna de volledige controle heeft over het dagelijkse leven van mensen in politiek, cultureel, godsdienstig, sociaal en economisch opzicht.
- Verdrag van Versailles
- Vredesverdrag van de Eerste Wereldoorlog, in 1919 gesloten tussen de geallieerden en Duitsland dat Duitsland zwaar strafte en herstelbetalingen en gebiedsverlies oplegde.
- Volksgemeinschaft
- Onder nationaalsocialisten populaire aanduiding voor een ideale, harmonieuze en 'raszuivere' samenleving. Letterlijk: 'volksgemeenschap'.
- Berlijnse muur
- De muur tussen oost en west berlijn die moest voorkomen dat de DDR-burgers via West-Berlijn naar het Westen vluchtten. van 1961 tot 1989.
- Blokkade van Berlijn
- De afsluiting van West-Berlijn in 1948 door Stalin, waarop de geallieerden reageerden met een luchtbrug.
- Bondsrepubliek Duitsland (BRD)
- Tot 1990: West-Duitsland, het kapitalistische en democratische Duitsland dat na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht.
- Duitse Democratische Republiek (DDR)
- Tot 1990: Oost-Duitsland, het communistische Duitsland dat na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht; na de ondergang van het communisme herenigd met de Bondsrepubliek Duitsland.
- Comecon
- Economisch samenwerkingsverband tussen communistische landen onder leiding van de Sovjet-Unie.
- Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS)
- De eerste supranationale organisatie voor economische samenwerking in Europa, in 1951 opgericht door zes Europese landen om te zorgen voor meer stabiliteit in Europa.
- heimatvertriebenen
- Duitstalige inwoners van Centraal- en Oost-Europa die daar na de Tweede Wereldoorlog door de plaatselijke bevolking werden verjaagd en naar Duitsland vluchtten.
- invloedssfeer
- Gebied waar een van de twee wereldmachten tijdens de Koude Oorlog (de Verenigde Staten of de Sovjet-Unie) militair, economisch en ideologisch dominant was.
- Koude Oorlog
- De permanente oorlogsdreiging tussen 1945 en 1991 tussen het communistische Oosten onder leiding van de Sovjet-Unie en het kapitalistische Westen onder leiding van de Verenigde Staten; beide blokken streden wereldwijd om invloed.
- Marshallplan (ook: Marshallhulp)
- Economisch hulpprogramma van de Verenigde Staten om Europa na de Tweede Wereldoorlog economisch weer op de been te krijgen.