H1-landschappen, 1 t/m 7

Publiek
15keer geoefend
Woorden in deze lijst (44)
Origineel
- graniet
- stollingsgesteente dat gekenmerkt wordt door vlekjes
- heuvelland
- gebied met een hoogte tussen 200 en 500 meter of meer boven zeeniveau
- hooggebergte
- gebied met een hoogte van 1500 of meer boven zeeniveau
- laagland
- vlak gebied met een hoogte onder de 200 meter
- middelgebergte
- gebied met een hoogte tussen 500 en 1500 meter of meer boven zeeniveau
- sedimentgesteente
- gesteente dat ontstaat wanneer lagen sediment worden samengeperst
- stollingsgesteente
- gesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar magma stolt
- zandsteen
- sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperst zand
- chemische verwering
- verwering waarbij de samenstelling van het gesteente verandert als gevolg van de werking door zuurstof en vocht
- kalksteen
- gesteente dat ontstaat door het samenpersen van kalkhoudende resten van zeedieren
- mechanische verwering
- verwering waarbij gesteente verbrokkelt, bijvoorbeeld door werking van planten en bomen, zonder dat de samenstelling verandert
- reliëf
- hoogteverschillen in het landschap
- verwering
- het verbrokkelen van gesteente
- vorstverwering
- verwering waarbij gesteente breekt doordat water in de spleten van het gesteente bevriest en weer ontdooit
- bovenloop
- het begin van de rivier, oftewel het bovenste deel dat meestal in de bergen stroomt
- erosie
- de uitschurende werking van stromend water, wind of ijs
- klei
- microscopisch kleine korreltjes die ontstaan als gevolg van verwering
- massabeweging
- het langs een helling naar beneden bewegen van gesteente onder invloed van zwaartekracht
- puinhelling
- helling die bestaat uit verbrokkeld gesteente
- zand
- de kleine korreltjes gesteente die nog met het blote oog te zien zijn en ontstaan door verwering
- benedenloop
- het laagste deel van een rivier, net voordat het water de zee instroomt
- delta
- nieuw land in zee dat ontstaat door sedimentatie op de plek waar een rivier in zee uitmondt
- duin
- door de wind opgewaaide zandheuvel
- estuarium
- trechtervormige riviermonding ontstaan als gevolg van een sterke getijdenwerking
- laagvlakte
- vlak gebied met een hoogteligging onder de 500 meter
- middenloop
- het middelste deel van de rivier ( tussen de bovenloop en benedenloop)
- schalie
- sediment gesteente dat ontstaat uit samengeperste klei
- sedimentatie
- het blijven liggen van verbrokkeld gesteente
- strand
- de grens tussen land en water waar zand zich ophoopt
- zandbank
- ondiepe plaats in zee
- dekzand
- zand dat in de koude periode meteen na de Saale-ijstijd door wind is afgezet
- keileem
- een mix van klei, leem, zand en grind dat is meegevoerd onder een gletsjer
- löss
- fijnkorrelig zand waarbij de meeste deeltjes kleiner zijn dan 0,063 mm
- stroomgebied
- het gebied dat afwatert op een rivier en haar zijrivieren
- stuwwal
- heuvels die ontstaan door de werking van gletsjers op land
- zwerfsteen
- groot en zwaar rotsblok dat met het ijs meegekomen is
- buitendijkse kant
- gebied buiten de dijk dat niet beschermd wordt tegen water
- droogmakerij
- polder in een drooggemalen meer
- gemaal
- pomp waarmee polders worden drooggepompt
- polder
- stuk land, omgeven door dijken, waar de waterstand geregeld kan worden
- ringvaart
- kanaal rondom een polder, bedoeld om het overtollige water af te voeren
- terp
- door de mens opgeworpen heuvel als bescherming tegen overstromingen
- bodemerosie
- het verdwijnen van het vruchtbare, bovenste laagje van de grond
- plateau
- vlak gebied dat hoger in het landschap ligt