7. Noord- en Zuid-Korea: overeenkomsten en verschillen
Publiek
Woorden in deze lijst (62)
Origineel
- actieve balans
- Balans waarin de inkomsten groter zijn dan de uitgaven.
- arbeidsintensief
- Bedrijf dat veel arbeiders nodig heeft.
- arbeidsmigrant
- Iemand die ergens anders gaat werken vanwege gebrek aan werk en geld in zijn eigen gebied. Heet ook economische migrant.
- bevolkingsdiagram
- Staafdiagram met de leeftijdsopbouw van de bevolking.
- bevolkingskenmerk
- Kenmerk van een bevolking van een gebied. Er zijn vier groepen: demografische, economische, culturele en politieke kenmerken.
- bnp per inwoner
- Het gemiddelde inkomen per inwoner per jaar. Je berekent het door het bnp te delen door het aantal inwoners van een gebied.
- bondsstaat
- Een land met één centrale regering met daarnaast in elke deelstaat een eigen regering. Heet ook federatie.
- chaebol
- Groot Koreaanse familiebedrijf.
- communistisch land
- Land waar één partij de macht heeft en waar de productie centraal wordt geleid door de staat.
- consumptiegoederen
- Goederen die direct kunnen worden gebruikt, zoals voedsel, kleding en huishoudelijke apparaten.
- cultuur
- Alles wat je hebt aangeleerd.
- demografisch kenmerk
- Kenmerk van de groei en de afname van de bevolking en de herkomst van mensen.
- demografisch transitiemodel
- Model dat de overgang laat zien van een samenleving met hoge geboorte- en sterftecijfers naar lage geboorte- en sterftecijfers.
- demografische druk
- De verhouding tussen de productieve en de niet-productieve leeftijdsgroep.
- dictatuur
- Staatsvorm waarin één persoon de absolute macht heeft.
- economisch kenmerk
- Kenmerk dat gaat over de bestaansmiddelen van mensen; de manier waarop mensen geld verdienen.
- economisch systeem
- Manier waarop in een staat de productie van goederen is geregeld.
- exploitatiekolonie
- Kolonie die de (meestal) Europeanen gebruikten om er zelf voordeel van te hebben.
- export
- Uitvoer van goederen en diensten naar een ander land.
- federatie
- Een land met één centrale regering met daarnaast in elke deelstaat een eigen regering. Heet ook bondsstaat.
- geboortecijfer
- Het gemiddelde aantal levendgeborenen per duizend inwoners per jaar.
- grijze druk
- De verhouding tussen de groep 65-plussers en het aantal 20- tot 65-jarigen.
- groene druk
- De verhouding tussen de groep van 0- tot 20-jarigen en het aantal 20- tot 65-jarigen.
- grondstof
- Ruw materiaal (zoals ijzererts of cacaobonen) dat bewerkt moet worden om er een product van te maken.
- grondstofgebonden industrie
- Bedrijven die gevestigd zijn dicht bij de vindplaats van de grondstoffen of bij de plek waar die goedkoop kunnen worden aangevoerd.
- handelsbalans
- De waardeverhouding tussen de totale invoer en de totale uitvoer van een land.
- hightechindustrie
- Industrie die gebaseerd is op hoogstaande technische kennis.
- human development index (hdi)
- Cijfer dat aangeeft hoe hoog een land scoort op het bnp per inwoner, de levensverwachting en het analfabetisme. Heet ook menselijke ontwikkeling (imo).
- importsubstitutie
- Producten die eerst werden ingevoerd, nu zelf gaan maken.
- index menselijke ontwikkeling (imo)
- Cijfer dat aangeeft hoe hoog een land scoort op het bnp per inwoner, de levensverwachting en het analfabetisme. Heet ook human development index (hdi).
- internationale arbeidsverdeling
- De verdeling van het werk over de verschillende landen.
- kapitalistisch land
- Land waar de productie wordt geleid door particuliere ondernemers.
- kolonie
- Gebied in een ander werelddeel dat in het bezit is van (meestal) een Europees land.
- laagland
- Gebied met een hoogteligging lager dan 200 m.
- lonenland
- Land met lage arbeidskosten.
- landklimaat
- Klimaat waarbij de gemiddelde temperatuur in de koudste maand lager is dan -3 °C.
- leeftijdsopbouw
- De samenstelling van de bevolking in verschillende leeftijdsgroepen.
- levensverwachting
- Het gemiddelde aantal te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd.
- lichte industrie
- Bedrijven die veel halffabricaten gebruiken.
- locatiefactor
- Reden waarom een bedrijf zich op een bepaalde plaats vestigt. Heet ook vestigingsplaatsfactor.
- marktgebonden industrie
- Bedrijven die gevestigd zijn in de buurt van hun afzetmarkt.
- passieve balans
- Balans waarin de uitgaven groter zijn dan de inkomsten.
- planeconomie
- Economisch systeem waarin de productie door de staat wordt bepaald, waarbij voor elk bedrijf een productieplan wordt gemaakt; communistisch productiesysteem.
- politiek kenmerk
- Kenmerk dat gaat over het bestuur van een land.
- politiek systeem
- Manier waarop een staat wordt bestuurd.
- primaire sector
- Werk waarbij producten regelrecht uit de natuur worden gehaald.
- primate city
- Een stad die veel groter en belangrijker is dan elke andere stad in het land.
- regionale ongelijkheid
- Verschillen in welvaart tussen het ene en het andere gebied.
- schiereiland
- Een gebied dat aan drie kanten is omringd door zee.
- secundaire sector
- Werk waarbij producten uit de primaire sector worden bewerkt.
- sociaal kenmerk
- Kenmerk dat gaat over hoe mensen voor elkaar zorgen.
- sociale ongelijkheid
- Verschillen in welvaart en ontwikkelingskansen tussen verschillende groepen mensen in een gebied.
- staat
- Een gebied met duidelijke grenzen en een bestuur dat eigen baas is (soeverein).
- tertiaire sector
- Alle bedrijven die zich bezighouden met het verlenen van diensten, in het bijzonder commerciële dienstverlening.
- urbanisatiegraad
- Het percentage stedelingen in een land.
- urbanisatietempo
- De snelheid waarmee de urbanisatiegraad toeneemt.
- vergrijzing
- Toename van het aandeel ouderen (65+) in de totale bevolking.
- vestigingskolonie
- Kolonie waar de (meestal) Europeanen zich blijvend vestigen.
- vestigingsplaatsfactor
- Reden waarom een bedrijf zich op een bepaalde plaats vestigt. Heet ook locatiefactor.
- vrijemarkteconomie
- Economisch systeem waarbij bedrijven eigendom zijn van personen en de ondernemers zelf bepalen wat ze maken of welke diensten ze aanbieden; kapitalistisch productiesysteem.
- vruchtbaarheidscijfer
- Het gemiddelde aantal kinderen dat een vrouw krijgt.
- zware industrie
- Bedrijven die veel (ruwe) grondstoffen gebruiken, zoals steenkool, ijzererts of ruwe olie.