Spaans - Paso Adelante - 2 havo/vwo - Una vida soleada - Frases clave 2
Publiek
Woorden in deze lijst (12)
Origineel
- ¿Te llevas bien con tu hermana?
- Kun je goed met je zus opschieten?
- ¿Por qué te llevas mejor con tu hermano?
- Waarom kun je beter met je broer opschieten?
- ¿Tus padres se enfadan mucho contigo?
- Worden je ouders vaak kwaad op je?
- ¿Por qué se enfadan?
- Waarom worden ze kwaad?
- ¿Estás de acuerdo con ellos?
- Ben je het met hen eens?
- ¿Qué vas a hacer ahora?
- Wat ga je nu doen?
- Sí, pero me llevo mejor con mi hermano.
- Ja, maar ik kan beter met mijn broer opschieten.
- Porque es más tranquilo que mi hermana.
- Omdat hij relaxter is dan mijn zus.
- Mis padres se enfadan a veces conmigo.
- Mijn ouders worden soms boos op mij.
- Porque gasto demasiado dinero en el móvil.
- Omdat ik te veel geld uitgeef aan mijn mobieltje.
- Sí, pero no sé qué hacer sin el móvil.
- Ja, maar ik weet niet wat ik zonder mijn mobieltje moet.
- Tengo que ahorrar dinero y gastar menos.
- Ik moet geld sparen en minder uitgeven.