Katern 5 Samenwerken en risico - 4/5 havo (7e editie) - hoofdstuk 1.2
Publiek
Woorden in deze lijst (13)
Origineel
- Sparen
- Het afzien van consumptie op een bepaald moment.
- Spaarmotieven
- De drie spaarmotieven zijn: het zekerheidsmotief, het doelmotief en het vermogensmotief.
- Lenen
- Het naar voren halen van consumptie en later terugbetalen.
- Leenmotieven
- De drie leenmotieven zijn: lenen om een tegenslag op te vangen, voor de aanschaf van (duurdere) consumptiegoederen en om een tijdelijk tekort op te vangen.
- Consumptief krediet
- Alle geldleningen die bedoeld zijn voor de aanschaf van consumptiegoederen.
- Hypothecaire lening/
hypotheek - Een lening met een onroerend goed als onderpand.
- Algemene prijs van tijd
- De rente die je betaalt voor een lening.
- Individuele prijs van tijd
- De prijs die je bereid bent te betalen voor een lening.
- Tijdsvoorkeur
- Mate waarin mensen uitgaven kunnen uitstellen. Lage tijdsvoorkeur: makkelijk uitstellen, hoge tijdsvoorkeur: moeilijk uitstellen.
- Onderhandse lening
- Lening tussen twee partijen zonder tussenkomst van een bank.
- Vermogensmarkt
- Alle vraag en aanbod van vermogenstitels.
- Geldmarkt
- Alle vraag en aanbod van vermogenstitels met een looptijd tot één jaar.
- Kapitaalmarkt
- Alle vraag en aanbod van vermogenstitels met een looptijd langer dan één jaar.