Katern 4 Ruilen over de tijd - 4/5 havo - hoofdstuk 2.1
Publiek
Woorden in deze lijst (13)
Origineel
- begrotingssaldo (tekort of overschot)
- Het verschil tussen de verwachte inkomsten en uitgaven van de Rijksoverheid. Een positief verschil levert een begrotingsoverschot, een negatief verschil een begrotingstekort.
- directe belastingen
- Belastingen over winst, inkomen en vermogen die rechtstreeks (direct) aan de overheid worden afgedragen.
- indirecte belastingen
- Kostprijsverhogende belastingen die via de aankoop van goederen en diensten indirect (via bedrijven) aan de overheid worden afgedragen.
- Miljoenennota
- De toelichting op de Rijksbegroting.
- overheidsbestedingen
- Uitgaven van de overheid als gevolg van het gebruik van productiefactoren.
- overheidsconsumptie
- Uitgaven van de overheid aan ambtenarensalarissen en verbruiksgoederen.
- overheidsinvesteringen
- Uitgaven van de overheid aan vaste kapitaalgoederen, bijvoorbeeld infrastructuur.
- overheidsoverdrachten
- Uitgaven van de overheid zonder dat hier direct een prestatie tegenover staat.
- overheidsschuld
- De totale som van leningen die de overheid heeft uitstaan.
- Rijksbegroting
- Overzicht van de verwachte inkomsten en uitgaven van de overheid.
- sociale premies
- Premies die geheven worden voor de sociale verzekeringen. Ze worden opgebracht door iedereen die werkt.
- staatsobligatie
- Een in stukken opgedeelde lening die wordt uitgegeven door de Rijksoverheid.
- uitgestelde belastingheffing
- De overheid moet een tekort vroeg of laat aanvullen door het heffen van belastingen.