3. Klimaat en landschapszones
Publiek
Woorden in deze lijst (38)
Origineel
- aride zone (semi-aride)
- De landschapszone in het gebied van het woestijn- en steppeklimaat (BW en BS) met woestijnplanten en steppegrassen als natuurlijke plantengroei.
- atmosferische circulatie
- De verplaatsing van lucht in de atmosfeer via de grote circulatiecellen en windsystemen. Zorgt op aarde voor energietransport van de lage breedten naar de hoge breedten.
- bodem (geofactor)
- Het bovenste deel van de grondsoort of het gesteente waar de planten hun voedingsstoffen uit halen. Geofactor die in de rangorde van de geofactoren boven plantengroei (vegetatie) staat.
- boreale zone
- De landschapszone in de koud gematigde zone van het D-klimaat met naaldbos als natuurlijke plantengroei.
- corioliseffect
- Het effect dat luchtstromen een afwijking krijgen door de draaiing van de aarde. Op het noordelijk halfrond is deze afwijking naar rechts, op het zuidelijk halfrond naar links.
- diepwaterpomp
- De daling van zeewater door afkoeling en een hoog zoutgehalte in de afzinkgebieden op hoge breedte. De daling bevordert de oceanische circulatie en verbindt de warme bovenstromen en de koude onderstromen in de oceanen met elkaar.
- flora en fauna (geofactoren)
- De planten- en dierenwereld die als geofactor de werking van het landschap mede bepaalt.
- gematigde zone
- De landschapszone in de koel gematigde zone van het Cf- en Df-klimaat met zomergroen loofbos als natuurlijke plantengroei.
- geofactoren
- De factoren die samen de werking van het landschap bepalen: gesteente en reliëf, klimaat en lucht, bodem, (grond)water, flora en fauna en de mens.
- gesteente en reliëf (geofactoren)
- Na klimaat de belangrijkste geofactor. Bepaalt sterk de stroming van water en de eigenschappen van de bodem.
- (grond)water (geofactor)
- Geofactor die de werking van het landschap mede bepaalt. Is een belangrijke factor bij erosie, transport en sedimentatie. Is in de bodem belangrijk als transporteur van voedingsstoffen naar planten. Is een leefmilieu voor waterorganismen.
- hogeluchtdrukgebied
- Gebied met hoge luchtdruk en daardoor een dalende luchtbeweging en het uitstromen van lucht naar alle richtingen (divergentie). Wordt gekenmerkt door een wolkenloze hemel en droogte.
- Intertropische Convergentiezone (ITCZ)
- Zone van lage luchtdruk in de tropen die het gevolg is van de intensieve verhitting op plaatsen met een loodrechte zonnestand. De ITCZ heeft geen vaste ligging maar verschuift met het verplaatsen van de loodrechte zonnestand. Omdat land sneller opwarmt dan zee, is de verschuiving boven landoppervlak het sterkst.
- irrigatie
- kunstmatige bevloeiing of beregening van het land
- klimaat en lucht (geofactoren)
- Klimaat is de belangrijkste geofactor. Het klimaat is het gemiddelde van de weersverschijnselen (zoals temperatuur en neerslag) in een gebied over een langere periode.
- klimaatgebied
- Gebieden met overeenkomstige klimaatkenmerken volgens het klimaatsysteem van Köppen.
- klimaatverandering
- Een verandering van het klimaat in een land of gebied door natuurlijke of menselijke oorzaken.
- koude zeestroom
- Zeestroom die koud, afgekoeld water uit de poolgebieden naar de lagere breedten voert.
- lageluchtdrukgebied
- Gebied met lage luchtdruk en dus met een opstijgende luchtbeweging en het toestromen van lucht uit alle richtingen (convergentie). Wordt gekenmerkt door wolkenvorming en neerslag.
- landdegradatie
- Alle veranderingen in het landschap die het vermogen van bodem en grond verminderen om gezond voedsel, zoet water en brandhout (natuurlijke hulpbronnen) te produceren.
- landschapszone
- Groot gebied dat de breedtezones volgt en dat wat betreft de opbouw en werking van klimaat, plantengroei, water en bodem een eenheid vormt.
- mens (geofactor)
- Geofactor met een aparte positie in het landschap. Vaak beïnvloedt de mens de andere geofactoren.
- moesson
- Een passaat waarbij sprake is van een halfjaarlijkse omkering van de windrichting. In de zomer is er een natte moesson (sterke verhitting en lage luchtdruk) en in de winter een droge noesseon (afkoeling en hoge luchtdruk).
- oceanische circulatie
- Het stromingspatroon van het zeewater in de oceanen.
- ontbossing
- Het verdwijnen van bos door houtkap voor economische doeleinden of om land te winnen voor landbouw.
- overbeweiding
- Verdwijnen van de bodembeschermende plantengroei door een te intensieve beweiding door vee.
- passaat
- Constant waaierende wind aan het aardoppervlak van het subtropisch hogedrukgebied rond de 30° breedte naar de Intertropische Convergentiezone (ITCZ) rond de evenaar.
- polaire zone
- Landschapszone met een E-klimaat met toendraplanten als natuurlijke vegetatie.
- semi-aride zone
- Zie aride zone.
- stralingsbalans
- Het saldo op een bepaalde plaats aan het aardoppervlak van de inkomende kortgolfige straling van de zon en de langgolvige uitstraling van de aarde. Dit saldo kan positief (stralingoverschot) of negatief (stralingstekort) zijn.
- subtropische zone
- Landschapszone in de warme gematigde zone (subtropen) met of een Middellandse Zeeklimaat (Cs) en een altijd groene mediterrane vegetatie of een Cw-klimaat met grassen en zomergroen loofbos.
- thermohaline circulatie
- Het optreden van bovenstromen en onderstromen in het zeewater door verschillen in dichtheid op basis van temperatuur (thermo) en zoutgehalte (haline).
- tropische zone
- Landschapszone in de tropen met een A-klimaat (Af- en Aw-klimaat) en als natuurlijke vegetatie tropisch regenwoud, moessonbos of savanne.
- versnelde bodemerrosie
- Het opnemen en afvoeren van gronddeeltjes aan de bovenkant van de bodem door wind of water. Kan door de mens versneld worden, bijvoorbeeld door het kappen van bomen of het weghalen van begroeiing.
- verwoestijning
- Een ernstige vorm van landdegradatie waarbij in een gebied door natuurlijke of menselijke oorzaken steeds minder planten en gewassen groeien en waarbij het gebied steeds meer woestijnachtige kenmerken krijgt.
- verzilting
- Toename van de concentratie aan zouten in en op de bodem. Is vaak het gevolg van het verdampen van irrigatiewater.
- warme zeestroom
- Zeestroom die opgewarmd warm zeewater uit de tropen en subtropen naar de hogere breedten voert.
- wet van Buys Ballot
- Wet die de afbuiging van lucht bij stroming van hoge druk naar lage druk formuleert: ‘Met de wind in de rug (dus bezien vanaf een hogedrukgebied) ondervindt een wind op het noordelijk halfrond een afwijking naar rechts en op het zuidelijk halfrond een afwijking naar links’.