1. De Verenigde Staten in beeld
Publiek
Woorden in deze lijst (68)
Origineel
- aanlandige wind/
zeewind - Wind vanaf zee.
- achterstandswijk
- Woonwijk waar de leefbaarheid tekortschiet.
- aflandige wind/
landwind - Wind vanaf land.
- agglomeratie
- Een stad met de daaraan vastgegroeide voorsteden en dorpen.
- aquifer
- Waterdragende laag in de ondergrond.
- arbeidsmigrant/
economische migrant - Iemand die ergens anders gaat werken vanwege gebrek aan werk en geld in zijn eigen gebied.
- assemblage
- Het in elkaar zetten van een product.
- binnenlandse migratie
- Verhuizen binnen een land naar een andere gemeente.
- breedtecirkel
- De afstand van een plaats tot de evenaar.
- buitenlandse migratie
- Verhuizen naar een ander land.
- central business district (cbd)/
centrale zakenwijk/ stadscentrum - Het kantoren-, winkel- en uitgaansgebied van een stad.
- centrale stad
- De belangrijkste stad van een agglomeratie.
- demografisch zwaartepunt
- Het punt in een land waarvan ten oosten en ten westen, en ten noorden en ten zuiden evenveel mensen wonen.
- dienstensector
- Alle bedrijven die diensten verlenen.
- extensieve veeteelt
- Veeteelt met weinig vee per hectare.
- footloose
- Een bedrijf dat weinig grondstoffen gebruikt en zich bijna overal kan vestigen.
- front
- Grensgebied tussen twee luchtsoorten.
- gentrificatie
- Veranderingen in een arme woonwijk als rijkere mensen er verwaarloosde woningen opknappen, waarna de oorspronkelijke bewoners worden verdongen.
- hightechindustrie
- Industrie die gebaseerd is op hoogstaande technische kennis.
- hooggebergte
- Gebied met bergen die hoger zijn dan 1.500 m.
- hoogvlakte
- Vlak of zachtgolvend gebied dat meer dan 500 m hoog ligt.
- immigrant
- Iemand die een land binnenkomt om er te gaan wonen.
- jong gebergte
- Gebergte met hoge toppen, scherpe bergkammen en diepe dalen; minder dan 65 miljoen jaar oud.
- kennisintensief
- Er is veel vakkennis nodig om het product te maken.
- kennismigrant
- Economische migrant die vanwege zijn kennis naar een ander land gaat.
- laagvlakte
- Gebied zonder hoogteverschillen dat lager ligt dan 500 m.
- lagedrukgebied/
depressie - Gebied met een tekort aan lucht waar lucht toestroomt over het aardoppervlak en gaat stijgen: wolken en neerslag.
- landklimaat
- Klimaat met in de koudste maand een gemiddelde dagtemperatuur die lager is dan –3 °C en in de warmste maand hoger dan +10 °C.
- leefbaarheid
- Mate waarin een gebied geschikt is om er te leven.
- lichte industrie
- Bedrijven die veel halffabricaten gebruiken.
- lijzijde
- De kant van de berg die uit de wind ligt; er valt weinig neerslag.
- loefzijde
- De windkant van een gebergte met veel neerslag.
- luchtsvoort
- Grote hoeveelheid lucht met een bepaalde temperatuur en vochtigheid.
- maatschappelijke segregatie
- Als mensen uit verschillende bevolkingsgroepen weinig contact met elkaar hebben.
- middelgebergte
- Gebied waar de meeste bergtoppen tussen de 500 en 1.500 m hoog zijn.
- Middellandse Zeeklimaat
- Zeeklimaat met hete, droge zomers en vochtige, zachte winters.
- migrantenwijk
- Woonwijk waar een groot deel van de bevolking een migratieachtergrond heeft.
- modderstroom
- Kolkende, modderige brij die met hoge snelheid van een helling af stroomt.
- multiculturele samenleving
- Samenleving van mensen uit verschillende culturen.
- natuurlijke bevolkingsgroei
- Bevolkingsgroei of afname door het aantal geboorten min het aantal sterftes.
- neerslagfactor
- Factor waardoor neerslag ontstaat.
- niet-westerse migratieachtergrond
- Iemand afkomstig uit een niet-westers cultuurgebied.
- orkaan/
hurricane/ cycloon/ tyfoon - Tropische storm met minimaal windkracht 12 op de schaal van Beaufort.
- oud gebergte
- Gebergte met afgeronde toppen en ondiepe dalen; ouder dan 65 miljoen jaar.
- pullfactor/
aantrekkingsfactor - Reden die een gebied aantrekkelijk maakt voor migranten.
- pushfactor/
afstotingsfactor - Reden om te verhuizen uit een gebied.
- regenschaduw
- De lijzijde van een berg, waar de dalende en warme lucht weinig of geen neerslag brengt.
- re-urbanisatie
- Bevolkingsgroei in een stad na een periode van suburbanisatie.
- ruimtelijke segregatie
- Het apart wonen van bevolkingsgroepen met bepaalde kenmerken in bepaalde wijken.
- schaal van Beaufort
- Schaal om de kracht van de wind aan te duiden.
- schaal van Saffir-Simpson
- Schaal om de windkracht van orkanen aan te geven.
- selectieve migratie
- Migratie op basis van bijvoorbeeld leeftijd, inkomen en/
of geslacht. - sociale bevolkingsgroei
- Verandering van het bevolkingsaantal doordat mensen uit een gebied vertrekken of doordat ze zich er vestigen.
- stedelijke vernieuwing
- Het vernieuwen van woonwijken in de stad zodat de leefbaarheid sterk verbetert.
- steppeklimaat
- Droog klimaat met 250 tot 500 mm neerslag per jaar.
- stuwingsregen
- Neerslag die ontstaat door stijgende lucht tegen een gebergte.
- suburb
- Ruim opgezette buitenwijk met veel vrijstaande huizen en tuinen, afgewisseld met parken.
- suburbanisatie
- De verstedelijking van het platteland door migratie vanuit de stad.
- temperatuurfactor
- Factor die invloed heeft op de temperatuur in een gebied.
- tornado
- Zeer krachtige wervelwind. Heet ook twister, wervelwind of windhoos.
- urban sprawl
- De enorme verspreiding van voorsteden over het omliggende platteland.
- vertrekoverschot
- Wanneer er meer mensen vertrekken uit een gebied dan dat er zich vestigen.
- vestigingsoverschot
- Wanneer er meer mensen zich vestigen in een gebied dan dat er mensen vertrekken.
- vluchteling
- Iemand die vanwege oorlog, godsdienst, etnische groep, nationaliteit, seksuele geaardheid of meningsuiting vlucht uit zijn land.
- westerse migratieachtergrond
- Iemand die afkomstig is uit het cultuurgebied van de westerse wereld.
- woestijnklimaat
- Droog klimaat met minder dan 250 mm neerslag per jaar.
- zeeklimaat
- Klimaat met een matigende invloed van de zee op de temperatuur ('s zomers koeler, 's winters zachter) en het hele jaar neerslag.
- zware industrie
- Bedrijven die veel (ruwe) grondstoffen gebruiken, zoals steenkool, ijzererts of ruwe olie.