Uit balans - De markt faalt
Publiek
Woorden in deze lijst (17)
Origineel
- Averechtse selectie
- proces waarbij goederen met lage kwaliteit goederen met hoge kwaliteit uit de markt prijzen, omdat vragers de kwaliteit van de goederen niet goed kunnen beoordelen.
- Degressieve kosten
- gemiddelde kosten dalen met de productie.
- Heterogeen oligopolie
- een markt met een paar aanbieders die verschillende producten leveren.
- Homogeen oligopolie
- een markt met een paar aanbieders die hetzelfde, homogene goed leveren.
- Kartel
- samenwerking tussen aanbieders bij het verhogen van hun marktprijzen om zo hun surplus te vergroten ten koste van het surplus van consumenten.
- Maatschappelijk surplus
- het surplus van alle belanghebbenden samen, inclusief degenen die niet op de markt handelen maar door de transacties op de markt beïnvloed worden.
- Marktmacht
- het vermogen om de marktprijs van een goed te beïnvloeden.
- Monopolie
- een markt met maar één aanbieder.
- Monopolistische concurrentie
- een markt waarop een groot aantal bedrijven gedifferentieerde producten aanbiedt.
- Moreel wangedrag
- gedrag waarbij een beslisser ongezien een andere belanghebbende berooft van welvaart.
- Productdifferentiatie
- elk bedrijf biedt een uniek product aan dat verschilt van de producten die andere bedrijven aanbieden.
- Progressieve kosten
- gemiddelde kosten dalen met de productie.
- Proportionele kosten
- gemiddelde kosten zijn constant als de productie verandert.
- Prijs-afzetlijn
- geeft aan hoe effectief een lagere afzet is in het verhogen van de prijs.
- Quasi-collectieve goederen
- goederen die in theorie individueel leverbaar zijn, maar die toch door de overheid worden geleverd of gesubsidieerd.
- Sociaal deuggoed
- goederen die een positief extern effect genereren omdat de marktprijzen de maatschappelijke opbrengsten onderschatten.
- Sociaal zondegoed
- goederen die een negatief extern effect genereren omdat de marktprijzen de maatschappelijke kosten onderschatten.