Leerboek - 2 vmbo-t/havo - 3 Monniken & ridders
Publiek
Woorden in deze lijst (40)
Origineel
- monnik
- Iemand die zijn hele leven besteedt aan de christelijke godsdienst en woont in een klooster.
- christendom
- Godsdienst van de volgelingen van Jezus Christus, een joodse godsdienstige leider die omstreeks het begin van de jaartelling in Palestina leefde. Eeuwenlang de belangrijkste godsdienst in Europa.
- vorst
- Prins, koning of keizer, iedereen die regeert omdat hij bij een bepaalde familie hoort.
- missionaris
- Iemand die eropuit gestuurd wordt om de christelijke godsdienst te verspreiden.
- godsdienst
- Geloof in één of meer goden en verering van die god of goden.
- midwinterfeest
- Feest op de kortste dag van het jaar om te vieren dat het weer lichter gaat worden.
- vruchtbaarheid
- De mate waarin een stuk land in staat is landbouwproducten op te leveren omdat er goede stoffen in de grond zitten. Bij mensen en dieren: de mate waarin zij in staat zijn kinderen of jongen te krijgen.
- kruisigen
- Een doodvonnis uitvoeren door iemand vast te maken aan twee gekruiste latten of palen en daar net zo lang te laten hangen tot hij dood is.
- klooster
- Groot gebouw waarin monniken samenwonen. Een klooster had ook grootgrondbezit.
- non
- Vrouwelijke monnik.
- grootgrondbezit
- Bezit van veel grond, zó veel dat het (veel) meer is dan de grond van één boerderij.
- edele
- Iemand die als grondbezitter voorrechten heeft boven het gewone volk en vaak denkt dat zijn familie uit betere mensen bestaat.
- domein
- Landbezit van een heer dat bestond uit een dorp of meerdere dorpen met boerderijen en hun bijbehorende akkers en woeste grond.
- horige
- Onvrije boer die bij een domein hoort en die onderhorig is aan een heer.
- tempel
- Gebouw waarin een god of goden vereerd worden. Er staat vaak een beeld van de god of goden.
- profeet
- Iemand die zegt dat hij een boodschapper is van God of van de goden.
- god
- Een eeuwig levend, bovenmenselijk oppermachtig wezen dat vereerd wordt. Mensen die een godsdienst aanhangen, geloven dat er een god of meerdere goden bestaan. Het kan niet worden bewezen dat er een god of goden bestaan.
- koopman
- Iemand die leeft van handel. Hetzelfde als een handelaar.
- jodendom
- Oudste nog bestaande godsdienst die in één god gelooft, de enige die (volgens deze godsdienst) bestaat. Later hebben het christendom en de islam zich hiernaast ontwikkeld als godsdiensten die in dezelfde ene god geloven, maar op een andere manier.
- islam
- Godsdienst verkondigd door Mohammed in de 7de eeuw. Islam betekent onderwerping. Mohammed predikte dat iedereen zich moest onderwerpen aan de enige god die er bestaat, dezelfde als die van het jodendom en het christendom.
- afgod
- Als een god vereerd wordt die door anderen als ‘geen echte god’ wordt beschouwd, noemen die anderen zo’n god een afgod.
- keizer
- Hoogste vorst in een groot rijk, bijvoorbeeld het Romeinse of Chinese Rijk. Binnen Europa ook: hoogste vorst onder de vorsten van Europa die zich beschouwde als opvolger van de Romeinse keizers.
- geweld
- Gebruik van sterke kracht die iemand anders kwaad doet of schade veroorzaakt.
- cultuur
- Alles wat te maken heeft met wat mensen bedenken, waar ze in geloven, wat hun gewoonten zijn en wat ze mooi of lelijk vinden. Kan ook gelden voor een bepaald volk of een bepaalde groep. Dan is het alles wat die groep gelooft … enzovoort.
- provincie
- Door de Romeinen veroverd gebied buiten Italië. Later ook gebruikt voor: onderdeel van een rijk of staat waarin een eigen plaatselijk bestuur bestaat.
- graaf
- Volgeling van een vorst die een belangrijk gebied als leen heeft gekregen om dat te besturen.
- rechtspraak
- Rechtvaardig oplossen van ruzies. Als twee mensen ergens ruzie over hebben, wijst de rechtspraak aan wie er gelijk heeft. Als iemand ruzie heeft met de regering doordat hij iets verkeerd heeft gedaan, beslist de rechtspraak of hij schuldig is en welke straf hij verdient.
- volgeling
- Iemand die trouw is aan een heer (en daarvoor in ruil grond in leen krijgt). Iemand die trouw is aan een leider en diens denkbeelden volgt.
- trouw
- Iemand die zijn/
haar belofte houdt om bij iemand te blijven en hem/ haar te helpen en te steunen, is trouw, of: hij/ zij vertoont trouw. - leen
- leen
- graafschap
- graafschap
- leenstelsel
- leenstelsel
- feodalisme
- feodalisme
- ridder
- ridder
- verdedigen
- verdedigen
- erfenis
- erfenis
- burcht
- burcht
- hertog
- hertog
- heer
- heer
- feodaleversnippering
- feodaleversnippering