De Nederlandse Opstand
Publiek
Woorden in deze lijst (14)
Origineel
- Stadhouder
- De plaatsvervanger van de vorst in een gewest.
- Nederlandse Opstand
- De opstand van de Nederlanden tegen de Spaanse koning Filips II die begon in 1568.
- Landsheer
- De vorst van een gebied, zoals de Nederlanden.
- Staten
- Het eigen bestuur van een gewest.
- Landvoogdes
- Persoon die namens de vorst de Nederlanden bestuurt.
- Hagenpreek
- Calvinistische bijeenkomst in de openlucht.
- Beeldenstorm
- De vernieling van beelden en schilderijen in honderden katholieke kerken en kloosters in 1566.
- Tachtigjarige Oorlog
- De oorlog tussen de Nederlanden en Spanje die duurde van 1568 tot 1648.
- Geuzen
- Calvinistische vluchtelingen die tegen de Spanjaarden streden.
- Unie van Utrecht
- Militair en politiek bondgenootschap van opstandige gewesten uit 1579.
- Plakkaat van Verlatinge
- Besluit van de Staten-Generaal uit 1581 om Filips II niet meer als vorst te erkennen.
- Soeverein
- Degene met het hoogste staatsgezag.
- Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
- De onafhankelijke staat die in 1588 ontstond uit de opstandige gewesten.
- Privileges
- De bijzondere rechten en wetten van een stad of gewest.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–