8. Brazilië: het land van de toekomst?
Publiek
Woorden in deze lijst (38)
Origineel
- analfabetisme
- Het percentage van de bevolking ouder dan 15 jaar dat niet kan lezen en schrijven.
- artendichtheid
- Het aantal artsen per 1.000 inwoners.
- basisbehoefte
- Iets wat iedereen een echt nodig heeft om redelijk te kunnen leven: voedsel, huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg.
- bevolkingsdiagram
- Diagram dat de leeftijdsopbouw van de bevolking weergeeft.
- bevolkingsdichtheid
- Het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer (inw/
km²). - bnp per inwoner
- Het gemiddelde inkomen per inwoner. Je berekent het door het bnp te delen door het aantal inwoners van een gebied.
- biodiversiteit
- Variatie aan planten en dieren in de natuur.
- bio-ethanol
- Een soort alcohol uit suikerriet die gebruikt wordt als brandstof voor auto's.
- BRICS-landen
- Verzamelnaam voor de vijf opkomende landen Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika.
- corrupt
- Als iemand stiekem geld aanneemt en in ruil daarvoor mensen voortrekt of diensten bewijst. Een ander woord hiervoor is omkoopbaar.
- favela
- Braziliaanse naam voor een krottenwijk (zelfbouwbuik).
- gated community
- Zwaarbewaakte woonwijk met een hoge muur of een hek eromheen.
- globalisering
- Het doorgaande proces van internationale uitwisseling van mensen, goederen, geld en informatie (kennis, cultuur).
- grondstof
- Materiaal (zoals ijzererts of cacaobonen) dat nog bewerkt moet worden om er een product van te maken.
- grootgrondbezitter
- Boer die veel grond in bezit heeft.
- herbebossing
- Het opnieuw aanplanten van jonge bomen na houtkap.
- inkomensongelijkheid
- Ongelijke verdeling van het bnp over de bevolking.
- klimaatverandering
- Als over een periode van zo'n dertig jaar de klimaatfactoren temperatuur of neerslag zijn veranderd.
- koopkracht
- Het aantal goederen en diensten dat je van je geld kunt kopen.
- krottenwijk
- Een zelfbouwbuik met slechte huizen, weinig voorzieningen en onzekerheid voor de bewoners of ze er mogen blijven wonen. Heet ook zelfbouwbuik.
- leefstijdsopbouw
- De samenstelling van de bevolking in leeftijdsgroepen.
- middenklasse
- Groep mensen met een gemiddeld inkomen: ze zijn niet rijk en niet arm.
- natuurlijke hulpbron
- Product uit de natuur dat mensen goed kunnen gebruiken.
- ontbossing
- Het kappen van bossen.
- ontwikkeld land
- Rijk land met een hoog ontwikkelingspeil.
- ontwikkelingskenmerk
- Een kenmerk waarmee je de armoede of de rijkdom in een gebied kunt meten.
- ontwikkelingsland
- Arm land met een laag ontwikkelingspeil.
- opkomend land
- Land dat nog niet echt ontwikkeld is, maar dat wel een snelle economische groei doormaakt.
- regionale ongelijkheid
- Verschillen in welvaart tussen het ene en het andere gebied.
- savanne
- Landschap in de tropen met lange grassen, afgewisseld met groepjes bomen en struiken.
- sociale ongelijkheid
- Verschillen in welvaart tussen verschillende groepen mensen in een gebied.
- steppe
- Droog gebied waar niet genoeg regen valt voor de groei van grassen en lage struikjes.
- tropisch regenwoud
- Dicht, ondoordringbaar bos in de warme en vochtige tropen.
- urbanisatiegraad
- Het percentage stedelingen in een land.
- urbanisatietempo
- De snelheid waarmee de urbanisatiegraad toeneemt.
- verstedelijking
- Het proces waarbij steeds meer mensen in de stad gaan wonen.
- waterkracht
- Opwekking van elektriciteit met behulp van vallend of stromend water.
- zelfbouwbuik
- Een zelfbouwbuik met slechte huizen, weinig voorzieningen en onzekerheid voor de bewoners of ze er mogen blijven wonen. Heet ook krottenwijk.