Leerboek - 3vmbo-kgt - De Koude Oorlog in Duitsland
Publiek
Woorden in deze lijst (25)
Origineel
- nationale feestdag
- Feestdag bestemd voor iedereen in het hele volk; de dag heeft meestal met het bestaan van de staat te maken, bijvoorbeeld herdenking van bevrijding uit een oorlog, of van de stichting van de staat.
- leger
- Krijgsmacht bestaande uit soldaten.
- minister-president
- Belangrijkste minister, voorzitter van de vergadering van ministers.
- geld
- Ruilmiddel met een vaste waarde waardoor kopen en verkopen gemakkelijk wordt.
- economie
- Alles wat te maken heeft met werk, handel, geld en dingen maken. Als het daarmee goed gaat, wordt gezegd dat het goed gaat met ‘de economie’.
- bezetting
- Een stad, gebied of land in je macht houden, meestal met militairen.
- eenwording
- Uit verschillende gebieden één land vormen.
- vrede
- Ongestoord samenleven zonder vijandigheid of oorlog.
- bondgenoot
- Een persoon, volk of land die/
dat een ander(e) persoon, volk of land helpt in een strijd. - product
- Iets wat geproduceerd is.
- regering
- Groep bestuurders, meestal ministers, die plannen maakt voor nieuwe wetten en bestaande wetten uitvoert.
- subsidie
- Ergens extra geld aan geven om iets mogelijk te maken, bijvoorbeeld door de overheid.
- failliet
- Toestand waarin een persoon of bedrijf zijn schulden niet meer kan betalen.
- werkloosheid
- Zonder werk zitten, geen baan hebben of kunnen vinden.
- kapitalisme
- Economisch systeem waarin mensen investeren in bedrijven waarin ze zelf niet werken, waardoor hun kapitaal iets wordt waarmee ze geld verdienen.
- concurrentie
- Proberen iets beter te doen of goedkoper aan te bieden dan een ander die hetzelfde doet.
- staat
- Gebied binnen grenzen waarover één regering de macht heeft.
- gezondheidszorg
- Alles wat te maken heeft met het bestrijden van ziekten en het gezond houden van mensen.
- kinderopvang
- Plaats waar jonge kinderen worden opgevangen als hun ouders niet thuis zijn.
- populair
- Bij veel mensen geliefd of in trek.
- oorlog
- Gewapende strijd tussen landen.
- investeren
- Geld of moeite besteden aan het opzetten van een bedrijf, het kopen van aandelen of handelsgoederen, het volgen van een opleiding, in de hoop daarmee winst te maken of er beter van te worden.
- defensie
- Verdediging van een land of gebied.
- bewapening
- Dingen die je gebruikt in een oorlog of gevecht om aan te vallen of je te verdedigen.
- keerpunt
- Gebeurtenis die iets belangrijks verandert waardoor de tijd erná heel anders is dan de tijd ervóór
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–