Woordenlijst: 5.1. Vraag en aandbod
Publiek
Woorden in deze lijst (35)
Origineel
- Werkgeversorganisatie
- en werkgeversorganisatie is een organisatie die de belangen behartigt van een groep werkgevers, zoals bijvoorbeeld VNO-NCW en MKB-Nederland, en zich onder andere bezighoudt met het voeren van cao-onderhandelingen.
- Vakbond (werknemersorganisatie)
- De vakbond (werknemersorganisatie) is een organisatie die de belangen behartigt van een groep werknemers en onderhandelt met werkgeversorganisaties over arbeidsvoorwaarden.
- Beroepsbevolking
- De beroepsbevolking is het aanbod van arbeid: alle personen van 15 tot 75 jaar die betaald werk hebben (werkzamen), of die geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werklozen).
- Werkzame beroepsbevolking
- De werkzame beroepsbevolking is het deel van de beroepsbevolking dat werkt.
- Werkloze beroepsbevolking
- De werkloze beroepsbevolking is het deel van de beroepsbevolking dat werkloos is. Deze groep bestaat uit personen van 15 tot 75 jaar zonder betaald werk, die wel recent naar werk gezocht hebben en direct beschikbaar zijn.
- Beroepsgeschikte bevolking
- De beroepsgeschikte bevolking bestaat uit alle personen van 15 tot 75 jaar ("geschikt om te werken").
- Participatiegraad
- De participatiegraad geeft de verhouding weer tussen de beroepsbevolking en de beroepsgeschikte bevolking.
- Aanzuigeffect
- Er is sprake van een aanzuigeffect als meer mensen zich aanbieden op de arbeidsmarkt doordat er veel productie en vraag naar arbeid is (grotere kans op een baan) of werken aantrekkelijker wordt (bijvoorbeeld door lagere belastingen op arbeid).
- Ontmoedigingseffect
- Er is sprake van een ontmoedigingseffect als minder mensen zich aanbieden op de arbeidsmarkt doordat er weinig productie en vraag naar arbeid is (kleinere kans op een baan) of werken minder aantrekkelijker wordt (bijvoorbeeld door lagere minimumlonen).
- Werkgelegenheid
- De werkgelegenheid is de vervulde vraag naar arbeid en is per definitie gelijk aan de werkzame beroepsbevolking.
- Vacatures
- De vacatures zijn de onvervulde vraag naar arbeid. Werkgevers zijn nog op zoek naar personeel.
- Deeltijdwerk
- Er is sprake van deeltijdwerk als iemand minder dan de normale volledige werkweek werkt (in veel functies is een volledige werkweek 36 uur).
- p/
a ratio - De p/
a ratio geeft de verhouding weer tussen de werkgelegenheid in personen (p) en de werkgelegenheid in arbeidsjaren (a). - Arbeidsjaar
- Een arbeidsjaar is een fulltime baan gedurende een heel jaar.
- Krappe arbeidsmarkt
- Er is sprake van een krappe arbeidsmarkt als de vraag naar arbeid groter is dan het aanbod van arbeid: bedrijven hebben veel vacatures en er zijn weinig werklozen.
- Ruime arbeidsmarkt
- Er is sprake van een ruime arbeidsmarkt als de vraag naar arbeid kleiner is dan het aanbod van arbeid: er zijn weinig vacatures en er is (veel) werkloosheid.
- Loonstarheid
- Er is sprake van loonstarheid als lonen op korte termijn gelijk blijven, bijvoorbeeld door cao-afspraken.
- Arbeidsproductiviteit (apt)
- De arbeidsproductiviteit (apt) is de gemiddelde productie per werknemer in een bepaalde periode (bijvoorbeeld in een jaar).
- Human capital
- Human capital is een verzamelnaam voor kennis, vaardigheden en ervaring van werknemers.
- Diepte-investering
- Er is sprake van een diepte-investering als een onderneming bij een investering voor een kapitaalintensievere techniek kiest.
- Breedte-investering
- Er is sprake van een breedte-investering als een onderneming bij een investering voor de bestaande techniek kiest.
- Collectieve arbeidsovereenkomst (cao)
- Een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) is een overeenkomst tussen werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties (vakbonden) waarin afspraken staan over arbeidsvoorwaarden.
- Meeliftgedrag
- Meeliftgedrag betekent dat iemand profiteert van een goed of dienst terwijl diegene er niet voor betaalt of aan bijdraagt.
- Gevangenendilemma (prisoner's dilemma)
- Het gevangenendilemma (prisoner's dilemma) is een variant van het spel die voor beide spelers tot een uitkomst (pay-off) leidt die niet optimaal is. Samenwerking tussen de spelers had tot een betere uitkomst geleid.
- Zelfstandige zonder personeel (zzp'er)
- Een zelfstandige zonder personeel (zzp'er) is een zelfstandig ondernemer die geen personeel in dienst heeft en zichzelf als het ware verhuurt aan een opdrachtgever.
- Vraag naar arbeid
- De vraag naar arbeid is gelijk aan het totaal van werkgelegenheid en vacatures.
- Aanbod van arbeid
- Het aanbod van arbeid is gelijk aan de beroepsbevolking: alle personen van 15 tot 75 jaar die betaald werk hebben (werkzame beroepsbevolking), of die geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking).
- Volkomen concurrentie
- Volkomen concurrentie is een marktvorm die gekenmerkt wordt door een groot aantal vragers en aanbieders, homogene goederen, een transparante markt en vrije toe- en uittreding.
- Homogene producten
- Homogene producten zijn producten die in de ogen van de consument niet verschillen. Hierdoor hebben consumenten geen voorkeur voor het ene of het andere product.
- Minimumloon
- Het minimumloon is het laagste bedrag dat een werkgever wettelijk verplicht is aan een werknemer als loon te betalen, ter bescherming van de (met name laagopgeleide) werknemer tegen uitbuiting.
- Werkgeverssurplus
- Het verschil tussen de betalingsbereidheid van de werkgever en het evenwichtsloon.
- Werknemerssurplus
- Het verschil tussen het evenwichtsloon en de leveringsbereidheid van de werknemer.
- Loonelasticiteit van het arbeidsaanbod
- De loonelasticiteit van het arbeidsaanbod is een verhoudingsgetal dat aangeeft hoe (sterk) het aanbod van arbeid reageert op een verandering van het loon.
- Substitutie-effect
- Het substitutie-effect betekent dat door een prijsdaling van een product de vraag naar dat product toeneemt omdat andere, relatief duurdere producten worden vervangen door het goedkopere product.
- Inkomenseffect
- Een inkomenseffect betekent dat door een prijsdaling van een product de vraag naar dat product toeneemt omdat de koopkracht van de consument is toegenomen.