Begrippen van Nederland in het interbellum
Publiek
Woorden in deze lijst (10)
Origineel
- Algemeen kiesrecht
- Het recht voor alle volwassen burgers om te stemmen, ingevoerd voor mannen in 1917 en voor vrouwen in 1919.
- Confessionele partijen
- Politieke partijen gebaseerd op religieuze overtuigingen, die profiteerden van de uitbreiding van het kiesrecht en het nieuwe kiesstelsel.
- Districtenstelsel
- Een kiesstelsel waarbij een kandidaat met de meeste stemmen in een district de zetel wint, en andere stemmen verloren gaan.
- Evenredige vertegenwoordiging
- Een kiesstelsel waarbij het percentage stemmen dat een partij landelijk behaalt, direct overeenkomt met het percentage zetels in het parlement.
- Fractie
- Een groep politici van dezelfde partij die samenwerken in de Tweede Kamer.
- Interbellum
- De periode tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog.
- NSB (Nationaalsocialistische Beweging)
- Een extreemrechtse partij in Nederland tijdens het interbellum, geleid door Anton Mussert, die nooit groot succes behaalde.
- Partijendemocratie
- Een politiek systeem waarin de partij belangrijker is dan de individuele politicus en het hele land vertegenwoordigt.
- Schoolstrijd
- Een conflict over de financiering van openbare en bijzondere scholen, dat eindigde met financiële gelijkstelling.
- Verzuiling
- De verdeling van de maatschappij in vier levensbeschouwelijke groepen (katholieken, protestanten, liberalen, socialisten).