hoofdstuk 3 bloedsomloop

Publiek
5keer geoefend
Woorden in deze lijst (56)
Origineel
- fibrinogeen
- een plasma-eiwit dat een functie vervult bij de bloedstolling
- rode bloedcellen
- bloedcellen zonder celkern en met hemoglobine
- bloedplasma
- deel van het bloed dat bestaat uit water, eiwitten en opgeloste stoffen
- bloedplaatjes
- delen van uiteengevallen cellen, die geen celkern hebben
- bloedstolling
- het stollen van het bloed als het buiten de bloedvaten komt
- witte bloedcellen
- bloedcellen met een celkern en zonder vaste vorm
- hemoglobine
- een stof in rode bloedcellen, waardoor rode bloedcellen gemakkelijk zuurstof kunnen opnemen en afgeven
- poortader
- bloedvat dat bloed van de darmwand naar de lever vervoert
- bloedsomloop
- de weg die het bloed door het lichaam aflegt
- slagaders
- bloedvaten waardoor het bloed naar de organen stroomt
- dubbele bloedsomloop
- bloedsomloop waarbij het bloed twee keer door het hart stroomt
- bloedvatenstelsel
- alle bloedvaten in het lichaam en het hart
- kleppen
- kleppen in aders die ervoor zorgen dat het bloed maar in één richting kan stromen
- kleine bloedsomloop
- bloedsomloop waarbij het bloed van het hart naar de longen stroomt en weer terug naar het hart
- haarvaten
- de kleinste bloedvaten in het lichaam
- grote bloedsomloop
- bloedsomloop waarbij het bloed van het hart naar de rest van het lichaam stroomt en weer terug naar het hart
- aders
- bloedvaten waardoor het bloed naar het hart stroomt
- longslagader
- bloedvat dat zuurstofarm bloed van het hart naar de longen vervoert
- halvemaanvormige kleppen
- kleppen aan het begin van de longslagader en de aorta
- rechterkamer
- deel van het hart dat het bloed in de longslagaders pompt
- linkerkamer
- deel van het hart dat zuurstofrijk bloed in de aorta pompt
- aorta
- bloedvat dat zuurstofrijk bloed van het hart naar de organen vervoert
- onderste holle ader
- ader waardoor het zuurstofarme bloed van de romp en de benen naar het hart stroomt
- linkerboezem
- deel van het hart waar de longaders in uitmonden
- hartpauze
- een periode waarbij de boezems en de kamers ontspannen zijn
- hartslag
- samentrekken van de boezems, gevolgd door het samentrekken van de kamers, gevolgd door een hartpauze
- kransslagaders
- aftakkingen van de aorta waardoor bloed richting de hartspier stroomt
- rechterboezem
- deel van het hart waar de bovenste holle ader, de onderste holle ader en de kransaders in uitmonden
- bovenste holle ader
- ader waardoor het zuurstofarme bloed van het hoofd en de armen naar het hart stroomt
- hartkleppen
- kleppen tussen boezems en kamers
- longader
- bloedvat dat zuurstofrijk bloed van de longen naar het hart vervoert
- kransaders
- bloedvaten die bloed wegvoeren van de hartspier
- harttussenwand
- scheiding tussen de linker- en rechterhelft van het hart
- nierslagaders
- slagaders waardoor zuurstofrijk bloed naar de nieren stroomt
- niermerg
- deel van de nier dat afvalstoffen, overtollig water, overtollige zouten en allerlei schadelijke stoffen uit het bloed verwijdert
- nierschors
- deel van de nier dat afvalstoffen, overtollig water, overtollige zouten en allerlei schadelijke stoffen uit het bloed verwijdert.
- urinebuis
- buis die urine afvoert uit het lichaam
- urine
- verzamelnaam voor afvalstoffen en overtollig water die door de nieren zijn verwijderd uit het bloed
- nierbekken
- deel van de nier waarin urine wordt verzameld
- urineleiders
- buizen die urine afvoeren van de nieren naar de urineblaas
- urineblaas
- tijdelijke opslagplaats van urine
- nieraders
- aders waardoor het gezuiverde bloed weg van de nieren stroomt
- nieren
- organen die de afvalstoffen uit het bloed halen
- anafylactische reactie
- ernstige allergische reactie die kan ontstaan wanneer het lichaam vaker in contact komt met de stof waar diegene allergisch voor is
- infectie
- ziekteverwekkers dringen het lichaam binnen
- vaccin
- een middel dat een dode of verzwakte ziekteverwekker bevat
- vaccinatie
- een inenting waarbij je een vaccin krijgt ingespoten
- afweersysteem (immuunsysteem)
- bestrijdt ziekteverwekkers
- lichaamsvreemde stoffen
- stoffen die niet in je lichaam thuishoren en waarvan je ziek kunt worden
- allergie
- overgevoeligheid voor bepaalde stoffen
- antistoffen
- stoffen die ziekteverwekkers onschadelijk maken
- natuurlijke immuniteit
- immuniteit die ontstaat doordat je ziek bent geweest
- allergische reactie
- reactie van het afweersysteem op de stof waar je overgevoelig voor bent
- immuun
- niet ziek worden, omdat witte bloedcellen meteen een antistof kunnen maken
- kunstmatige immuniteit
- immuniteit die ontstaat door vaccinatie
- antigenen
- eiwitten op de buitenkant van een cel of van een virus