biologie kw1 thema: dieren en planten
Publiek
2
Woorden in deze lijst (32)
Origineel
- Groei
- Het groter en zwaarder worden van een organisme.
- Zaadhuid
- Een stevig bruin vlies aan de buitenkant van een zaad dat het zaad beschermt.
- Navel
- De witte vlek op een zaad waarmee het zaad heeft vastgezeten aan de plant.
- Poortje
- Een heel klein gaatje in de zaadhuid waardoor een zaad snel water kan opnemen voor de kieming.
- Kiem
- Het onderdeel in een zaad dat het begin is van een nieuwe plant.
- Kieming
- Het proces waarbij de kiem in een zaad uitgroeit tot een kiemplantje.
- Zaadlobben
- De eerste blaadjes die boven de grond komen en waarin reservevoedsel is opgeslagen.
- Levenscyclus
- De ontwikkeling van een zaad tot een plant en daarna tot een vrucht met zaden.
- Ontwikkeling
- De veranderingen in de bouw van een organisme.
- Metamorfose
- Gedaantewisseling waarbij de lichaamsbouw en de leefwijze van het dier veranderen.
- Larve
- Stadium in de levenscyclus van een dier dat er anders uitziet en een andere leefwijze heeft dan het volwassen dier.
- Stadium/
stadia - Een fase in het leven van een dier tijdens de metamorfose.
- Vervelling
- Het proces waarbij een larve uit zijn te krappe pantser kruipt om te kunnen groeien.
- Cocon
- Een omhulsel dat een rups om zijn lichaam vormt voordat de metamorfose plaatsvindt.
- Pop
- Het stadium in de levenscyclus van een insect waarin de larve in een cocon verandert in een volwassen dier.
- Imago
- Een volwassen insect.
- Kikkerdril
- De eieren van een kikker die in een klont aan elkaar plakken.
- Kikkervisje
- De larve van een kikker, ook wel dikkopje genoemd.
- Uitwendige kieuwen
- Vertakte aanhangsels opzij van de kop waarmee een jong kikkervisje zuurstof opneemt uit het water.
- Inwendige kieuwen
- Organen waarmee een kikkervisje zuurstof opneemt uit het water nadat de uitwendige kieuwen zijn verdwenen.
- Biologie
- De leer van het leven.
- Organisme
- Een levend wezen.
- Levenskenmerken
- Kenmerken waaraan je weet of iets levend is.
- Voeden
- Het eten en drinken door een organisme om stoffen binnen te krijgen.
- Uitscheiden
- Het afgeven van stoffen door een organisme aan de omgeving.
- Dood
- De toestand van een organisme dat geen levenskenmerken meer vertoont.
- Levenloos
- Dingen in de natuur die nooit hebben geleefd.
- Voedingsstoffen
- Stoffen die nodig zijn voor de groei en ontwikkeling van het lichaam.
- Glucose
- Een energierijke soort suiker die een plant zelf maakt.
- Fotosynthese
- Het proces waarbij een plant glucose en zuurstof maakt met behulp van energie uit licht.
- hypothese
- de verwachting is
- onderzoeksvraag
- wat is de invloed van...op...in
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–