Ongeslachtelijke voortplanting
Publiek
Woorden in deze lijst (28)
Origineel
- Ongeslachtelijke voortplanting
- De vorming van nakomelingen uit één ouder, waarbij de nakomelingen genetisch identiek zijn aan de ouder.
- Celdeling
- Het proces waarbij een moedercel zich deelt in twee identieke dochtercellen.
- Sporen
- Voortplantingscellen waaruit een nieuw individu kan groeien, vaak voorzien van een dikke celwand voor overleving in ruststadium.
- Klonen
- Ongeslachtelijke voortplanting op kunstmatige wijze.
- Stekken
- Een methode om planten kunstmatig te vermeerderen door een deel van de plant te laten uitgroeien tot een nieuw individu.
- Weefselkweek
- Een techniek waarbij stukjes weefsel van een plant onder laboratoriumomstandigheden uitgroeien tot nieuwe individuen.
- Celcyclus
- De volledige levenscyclus van een cel, bestaande uit de interfase en de M-fase.
- Interfase
- De periode in de celcyclus tussen twee delingen in, bestaande uit de G1-, S- en G2-fase.
- G1-fase
- De fase in de interfase waarin de cel in grootte toeneemt en eiwitten maakt die nodig zijn om DNA te kopiëren.
- S-fase
- De fase in de interfase waarin het DNA wordt gekopieerd door middel van DNA-replicatie.
- DNA-replicatie
- Het kopiëren van het DNA voorafgaand aan de celdeling.
- Centromeer
- Het punt waar het oorspronkelijke DNA en het gekopieerde DNA na verdubbeling aan elkaar vast blijven zitten.
- Chromatiden
- De twee identieke delen van een verdubbeld chromosoom zolang deze nog via het centromeer aan elkaar vastzitten.
- G2-fase
- De fase in de interfase waarin de cel in grootte toeneemt en organellen en eiwitten maakt voor de mitose.
- M-fase
- De periode in de celcyclus waarin de mitose (kerndeling) en de celdeling plaatsvinden.
- G0-fase
- Een tijdelijke of blijvende rustfase waarin een cel stopt met delen of zich gaat specialiseren.
- Mitose
- Het proces van kerndeling waarbij twee kernen ontstaan met dezelfde erfelijke eigenschappen.
- Profase
- De fase van de mitose waarin chromosomen spiraliseren en het centrosoom verdubbelt.
- Centrosoom
- Een organel in dierlijke cellen dat tijdens de celdeling een kernspoel van trekdraden vormt.
- Spiraliseren
- Het oprollen van chromosomen waardoor ze korter en dikker worden en zichtbaar zijn onder een lichtmicroscoop.
- Kernspoel
- Een structuur van trekdraden die de chromosomen tijdens de deling op hun plaats houdt en de chromatiden uit elkaar trekt.
- Prometafase
- De fase van de mitose waarin het kernmembraan verdwijnt en trekdraden zich aan de centromeren hechten.
- Metafase
- De fase van de mitose waarin de chromosomen zich in een vlak in het midden van de cel bevinden.
- Anafase
- De fase van de mitose waarin chromatiden loslaten en elk naar een ander centrosoom worden getrokken.
- Telofase
- De fase van de mitose waarin zich een nieuw kernmembraan vormt rondom elke groep chromosomen.
- Stamcellen
- Cellen die nog in meerdere of alle typen cellen kunnen veranderen.
- Differentiëren
- Het proces waarbij een stamcel zich specialiseert tot een specifiek type cel.
- Organoïden
- Mini-organen die in een laboratorium zijn gemaakt van stamcellen om behandelingen op te testen.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–