unite 4 apprendre 1,2 en 3
Publiek
1keer geoefend
Woorden in deze lijst (46)
Origineel
- het huis
- la maison
- het appartement
- l'appartement (m)
- de garage
- le garage
- de ingang
- l'entrée (f)
- de deur
- la porte
- de trap
- l'escalier (m)
- de lift
- l'ascenseur (m)
- de verdieping
- l'étage (m)
- het meubelstuk
- le meuble
- het vertrek, de kamer
- la pièce
- de slaapkamer
- la chambre
- de keuken
- la cuisine
- de badkamer
- la salle de bains
- de woonkamer
- la salle de séjours
- het raam
- fenêtre
- de kast
- l'armoire (f)
- het toilet
- les toilettes (f pl)
- de stoel
- la chaise
- de tafel
- la table
- het bed
- le lit
- de bushalte
- l'arret de bus (m)
- de auto
- la voiture
- het stadscentrum
- le centre ville
- de winkel
- le magasin
- zoeken
- chercher
- open, geopend (openen)
- ouvert (ouvrir)
- het ding
- la chose
- de supermarkt
- le supermarché
- het strand
- la plage
- naar boven gaan
- monter
- het verkeer
- la circulation
- jammer
- dommage
- tegenover
- en face de
- doorbrengen
- passer
- de hoek
- le coin
- je moet, het is nodig
- il faut
- boven
- au-dessus de
- ik ga
- je vais
- jij gaat
- tu vas
- hij gaat
- il va
- zij gaat
- elle va
- wij gaan, men gaat
- on va
- wij gaan
- nous allons
- jullie gaan, u gaat
- vous allez
- zij gaan (m)
- ils vont
- zij gaan (v)
- elles vont