Begrippen paragraaf 2.1

Publiek
10keer geoefend
Woorden in deze lijst (25)
Origineel
- Het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer (inw/
km2). - bevolkingsdichtheid
- Variatie aan levensvormen in de natuur.
- biodiversiteit
- De afstand van een plaats tot de evenaar.
- breedteligging
- Landschap waarin mensen huizen, wegen, akkers, weilanden en andere dingen hebben aangelegd. Heet ook ingericht landschap.
- cultuurlandschap
- Ervoor zorgen dat iets altijd blijft bestaan.
- duurzaam
- Op zo’n manier omgaan met de aarde dat deze ook voor toekomstige generaties leefbaar is.
- duurzaam(heid)
- Verdieping van een bepaalde plantengroei in het tropische regenwoud.
- etage
- Denkbeeldige lijn die de aardbol in twee helften verdeelt: het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond.
- evenaar
- Aanplant van jonge bomen na houtkap.
- herbebossing
- De ligging van een plaats ver van de evenaar (hoger dan 60° N.B. en Z.B.).
- hoge breedte
- Landschap waarin mensen huizen, wegen, akkers, weilanden en andere dingen hebben aangelegd. Heet ook cultuurlandschap.
- ingericht landschap
- Veeteelt met veel vee per hectare grond.
- intensieve veeteelt
- De breedtecirkel van 23½° N.B. (Kreeftskeerkring) en 23½° Z.B. (Steenbokskeerkring); grens van de tropen.
- keerkring
- Diagram met een overzicht van de gemiddelde temperatuur en de gemiddelde neerslag per maand in een plaats of een gebied.
- klimaatdiagram
- De ligging van een plaats dicht bij de evenaar (lager dan 30° N.B. en Z.B.).
- lage breedte
- Landschap dat niet door mensen is ingericht. Het is puur natuur.
- natuurlandschap
- Product uit de natuur dat mensen goed kunnen gebruiken.
- natuurlijke hulpbron
- Water dat in vaste (sneeuw, hagel) of vloeibare (regen, mist) vorm uit de dampkring op aarde neerkomt.
- neerslag
- Het kappen van bossen.
- ontbossing
- De natuurlijke plantengroei die ergens voorkomt. Heet ook oorspronkelijke vegetatie.
- oorspronkelijke plantengroei
- Landbouwonderneming waar op grote schaal één product wordt verbouwd.
- plantage
- Koude luchtstreek ten noorden van 66½° N.B. en ten zuiden van 66½° Z.B. Heet ook polaire zone.
- poolstreek
- Regen bij de evenaar. Ontstaat doordat het aardoppervlak de lucht erboven opwarmt, waardoor die lucht gaat stijgen en hoger in de atmosfeer afkoelt en de waterdamp uit de lucht condenseert.
- stijgingsregen
- Warme luchtstreek bij de evenaar tussen 23½° N.B. en 23½° Z.B. Heet ook tropische zone.
- tropen
- Natuurlandschap in de warme, vochtige tropen met dicht, ondoordringbaar bos.
- tropisch regenwoud