Spaans - Paso Adelante - 1 havo/vwo - En verano en Cádiz - Frases clave 2
Publiek
Woorden in deze lijst (12)
Origineel
- ¿Te gusta jugar al tenis?
- Houd je van tennissen?
- ¿Sabes surfear?
- Kun je surfen?
- ¿Hace buen tiempo en la playa?
- Is het mooi weer aan het strand?
- Entonces, ¿vamos a surfear juntos?
- Zullen we dan samen gaan surfen?
- ¿Hay una fiesta en la playa esta noche?
- En, is er vanavond een feest op het strand?
- ¿Vas a llevar algo para beber?
- Neem je iets te drinken mee?
- Sí, mucho. /
No, no me gusta absolutamente nada! - Zeker weten! /
Nee, dat vind ik helemaal niet leuk. - Sí, he hecho un curso de surf.
- Ja, ik heb meegedaan aan een surfcursus.
- Sí, hace sol. /
No, llueve. - Ja, de zon schijnt. /
Nee, het regent. - Sí, buena idea. /
No, no tengo ganas. - Ja, goed idee. /
Nee, ik heb geen zin. - No, la fiesta es mañana.
- Nee, het feest is morgen.
- No, voy a llevar algo para comer.
- Nee, ik neem iets te eten mee.