Woordenlijst: 2.1. Het bbp
Publiek
Woorden in deze lijst (30)
Origineel
- Bruto binnenlands product (bbp)
- Het bruto binnenlands product (bbp) is de totale toegevoegde waarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten gedurende een bepaalde periode.
- Toegevoegde waarde
- De toegevoegde waarde is gelijk aan het verschil tussen de omzet van een onderneming en de totale kosten van leveringen van derden (grondstoffen, hulpstoffen, halffabricaten en diensten van derden).
- Productiefactoren
- De productiefactoren zijn middelen die nodig zijn bij de productie van goederen of diensten: natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap.
- Primair inkomen
- Primair inkomen is inkomen waarvoor een tegenprestatie wordt geleverd (loon, rente, huur, pacht en winst).
- Afschrijvingskosten
- Op de langere termijn moeten de oude machines worden vervangen door nieuwe machines. Een onderneming houdt hier rekening mee via afschrijvingskosten (of afschrijvingen).
- Objectieve methode
- De objectieve methode is een manier om het bruto binnenlands product te bepalen waarbij het bbp gelijk is aan de som van de toegevoegde waarde van bedrijven en de overheid.
- Subjectieve methode
- De subjectieve methode is een manier om het bruto binnenlands product te bepalen waarbij het bbp gelijk is aan de som van de primaire inkomens en de afschrijvingen.
- Toegevoegde waarde van de overheid
- De toegevoegde waarde van de overheid wordt gelijkgesteld aan de som van de ambtenarensalarissen.
- Reëel bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking
- Het reëel bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking wordt vaak gebruikt als maatstaf voor economische groei.
- Negatieve externe effecten
- Negatieve externe effecten zijn negatieve gevolgen van productie of consumptie voor de welvaart van anderen, zonder dat de producent of consument daarvoor een vergoeding betaalt.
- Positieve externe effecten
- Positieve externe effecten zijn positieve gevolgen van productie of consumptie voor de welvaart van anderen zonder dat daarvoor wordt betaald.
- Informele economie
- De informele economie bestaat uit economische activiteiten die niet tot uitdrukking komen in het bruto binnenlands product omdat ze niet gemeten worden door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
- Inflatie
- Inflatie is een algemene stijging van de prijzen van goederen en diensten.
- Brede welvaart
- Brede welvaart is een maatstaf voor welvaart die naast materiële welvaart (consumptie van goederen en diensten) ook rekening houdt met alle andere schaarse middelen zoals vrije tijd, het milieu, de leefomgeving, veiligheid, infrastructuur en ongelijkheid.
- Welzijn
- Welzijn is een maatstaf voor welvaart die rekening houdt met materiële welvaart en alle schaarse en niet-schaarse goederen.
- Maatschappelijke welvaart
- De maatschappelijke welvaart is de som van de (brede) welvaart van alle huishoudens in een land.
- Human Development Index (HDI)
- De Human Development Index (HDI) is een maatstaf voor (brede) welvaart die is samengesteld uit drie indicatoren: volksgezondheid, onderwijs, en bbp per hoofd van de bevolking.
- World Happiness Index
- De World Happiness Index is een maatstaf voor (brede) welvaart die is samengesteld op basis van wereldwijde vragenlijsten over onderwerpen zoals economie, diversiteit, onderwijs, milieu, veiligheid en gezondheid.
- Groen bbp
- Het groen bbp is gelijk aan het bruto binnenlands product minus de waarde van schade aan het milieu plus de waarde van verbetering aan het milieu.
- Internaliseren van een extern effect
- Het internaliseren van een extern effect betekent dat de producent of consument moet betalen voor de negatieve gevolgen van productie of consumptie (bijvoorbeeld via boetes of belastingen).
- Productiecapaciteit
- De productiecapaciteit is de maximale hoeveelheid goederen en diensten die geproduceerd kan worden door één bedrijf of een land in een bepaalde periode. Het wordt ook wel de potentiële productie genoemd.
- Klassieken
- Klassieken zijn economen die zich richten op de aanbodkant van de economie. Het belangrijkste begrip is daarbij de productiecapaciteit: de hoeveelheid goederen en diensten die een land maximaal kan produceren.
- Effectieve vraag (EV)
- De effectieve vraag (EV) is de totale vraag naar alle goederen en diensten in een bepaald land, gemeten over een bepaalde periode.
- Conjunctuur
- Korte termijn schommelingen van het bruto binnenlands product (bbp), die veroorzaakt worden door een toe- of afname van de effectieve vraag.
- Onderbesteding
- Onderbesteding is een conjuncturele situatie waarbij de effectieve vraag (EV) kleiner is dan de productiecapaciteit.
- Overbesteding
- Overbesteding is een conjuncturele situatie waarbij de effectieve vraag (EV) groter is dan de productiecapaciteit.
- Bestedingsevenwicht
- Bestedingsevenwicht is een situatie waarbij de effectieve vraag (EV) gelijk is aan de productiecapaciteit.
- Keynes
- Keynes is één van de eerste macro-economen die de verandering van de effectieve vraag als verklaring zag voor schommelingen van het bruto binnenlands product (bbp) op korte termijn.
- Laagconjunctuur
- Laagconjunctuur betekent dat er sprake is van een neergaande fase in de economie, waarbij er kans is op onderbesteding: de effectieve vraag is kleiner dan de productiecapaciteit.
- Hoogconjunctuur
- Hoogconjunctuur betekent dat er sprake is van een opgaande fase in de economie, waarbij er kans is op overbesteding: de effectieve vraag is groter dan de productiecapaciteit.