Trabitour - 1-2 havo/vwo (4) - Kapitel 9 - H
Publiek
Woorden in deze lijst (12)
Origineel
- Wie kann ich dir helfen?
- Hoe kan ik jou helpen?
- Wofür brauchst du das Kleidungsstück?
- Waarvoor heb je dit kledingstuk nodig?
- Welche Farbe trägst du gerne?
- Welke kleuren draag je graag?
- Was ist deine Größe?
- Wat is je maat?
- Wie gefällt dir das Kleidungsstück?
- Hoe vind je dit kledingstuk?
- Willst du noch eine Tüte?
- Wil je nog een tasje?
- Ich suche eine Jeans/
einen Pulli. - Ik zoek een jeans/
een trui. - Es ist für ein Konzert/
den Sommer. - Het is voor een concert/
de zomer. - Ich trage gerne pinke Pullis/
schwarze Schuhe. - Ik draag graag roze truien/
zwarte schoenen. - Meistens trage ich Größe S/
Schuhgröße 40. - Meestal draag ik maat S/
schoenmaat 40. - Es ist perfekt/
nicht so mein Ding. - Het is perfect/
niet zo mijn ding. - Ja, gerne./
Nein, danke. - Ja, graag./
Nee, bedankt.