Biologie Hoofdstuk 12.1
Publiek
2
Woorden in deze lijst (21)
Origineel
- Voedingsmiddelen
- alles wat je eet en drinkt
- voedinsstoffen
- de bruikbare bestanddelen van voedinsgmiddelen
- Bouwstof
- voor organische moleculen bij de voorgezette assimilatie (voor groei en ontwikkeling, voor vervaning van afgestoven cellen en voor herstel van verwondingen)
- Brandstof
- om energie te leveren voor de dissimilatie (om te kunnnen bewegen, voor het op peil houden van de lichaamstempratuur en voor groei, ontwikkeling en herstel)
- reservestof
- voor gebruik op een later moment
- eiwitten (proteïnen)
- eiwitten zijn ketens van enkele tientallen tot meer dan duizend aminozuren. Functie: vooral bouwstof, komt voor in tussencelstof (collageen, kraakbeen, been), nodig bij het transport van stoffen (transporteiwitten), de celcommunicatie (signalen overbrengen: hormonen, neurotransmitters), chemische reacties (enzymen), imminiteit(antistoffen) en bloedstolling (stollingseiwitten). Teveel wordt omgezet in glucose en verbrand.
- Essentiele aminozuren
- moet in het voedsel aanwezig zijn, omdat ze niet of in onvoldoende hoeveelheden in het lichaam van de mens kunnen worden gevormd.
- niet-essentiele aminozuren
- kunnen door de mens zelf aangemaakt worden uit andere aminozuren (transaminering)
- Koolhydraten (sachariden)
- Functie: vooral brandstof, en ook bouwstof (in DNA, ATP en celmembranen). Teveel wordt omgezet in glycogeen of vet en opgeslagen.
- monosachariden
- een eenvoudige sacharide die bestaat uit één ringvormig molecuul. (glucose)
- disachariden
- bestaat uit twee monosachariden (lactose)
- polysachariden
- bestaat uit vele monosachariden. (zetmeel en cellulose)
- voedingsvezel
- stoffen afkomstig van plantaardige voedingsmiddelen die niet door enzymen van de mens kunnen worden verteerd. En het bevorderd de darmwerking.
- Vetten (liptiden)
- Functie: brandsof en ook bouwstof (fosfolipiden in membranen), oplosmiddel voor sommige vitamine. Een teveel wordt opgeslagen rondom organen en onder de huid.
- Triglyceriden
- Vetmoleculen die zijn opgebouwd uit een glycerolmolecuul en drie vetmoleculen
- essentiële vetzuren
- moeten in het voedsel aanwezig zijn omdat ze niet in het lichaam van de mens kunnen worden gevormd.
- Cholesterol
- is een vetachtige stof die voornamelijk wordt aangemaakt door de lever. Het komt voor in celmembranen en wordt gebruikt bij de productie van hormonen, gal en vitamine D.
- Water
- Functie: bouwstof (in lichaamscellen). Dient ook als oplosmiddel en transportmiddel en bepaalt samen met de opgeloste sotffen de osmotische waarde van vloeistoffen in het lichaam.
- Mineralen (voedingszouten)
- Functie: bouwstof (bijvoorbeeld calcium en fosfor in de tussencelstof van beenweefsel en tandbeen)
- Spoorelementen
- mineralen die in geringe hoeveelheden in het voedsel aanwezig zijn. Het zijn vaak bestanddelen van enzymen of hormonen.
- Vitaminen
- Functie: Bouwstof (o.a. als bestanddeel van enzymen) Bij een tekort aan vitaminen in het voedsel onstaan gebrekziekten. teveel is oook schadelijk. Vitaminen (behalve K) kunnen niet in het lichaam worden gevormd en moeten dus in het voedsel aanwezig zijn. Sommige vitaminen kunnen in het lichaam worden gevormd uit provitaminen.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–