Vetten verteren en verwerken
Publiek
Woorden in deze lijst (17)
Origineel
- Mono-, di- of triglyceriden
- Vetmoleculen opgebouwd uit een molecuul glycerol met daaraan gekoppeld respectievelijk één, twee of drie vetzuren.
- Lipase
- Enzym in het alvleessap dat de verbindingen tussen glycerol en de vetzuren verbreekt door hydrolyse.
- Hydrofoob
- Eigenschap van stoffen die niet oplossen in water.
- Apolair
- Eigenschap van stoffen met een gelijkmatige ladingverdeling.
- Polaire stof
- Stof waarvan het molecuul een positief en een negatief geladen kant heeft.
- Gal
- Bittere, groene vloeistof uit de lever die helpt bij de vertering van vetten door deze te emulgeren.
- Galblaas
- Orgaan dat dient als opslagplaats voor gal.
- Galzouten
- Stoffen in gal die door hun polaire en apolaire deel binden aan zowel water als vetten.
- Micellen
- Kleine vetdruppeltjes die ontstaan wanneer grote vetdruppels uiteenvallen door galzouten.
- Emulsie
- Een mengsel van vetten en water.
- Emulgeren
- Het uiteenvallen van grote vetdruppels in kleine micellen.
- Bilirubine
- Galkleurstof die ontstaat bij de afbraak van hemoglobine in de lever en de milt.
- Leverslagader
- Bloedvat dat zuurstofrijk bloed vanuit de aorta naar de lever voert.
- Poortader
- Bloedvat dat bloed met verteringsproducten uit de alvleesklier, de milt, de maag en het darmkanaal naar de lever voert.
- Leverlobjes
- Functionele eenheden van de lever waar bloed uit de poortader en leverslagader samenkomt.
- Sinusoïden
- Bloedruimten tussen de levercellen waarin bloed uit de leverslagader en de poortader wordt gemengd.
- Leverader
- Bloedvat dat het bloed uit de leverlobjes afvoert naar de onderste holle ader.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–