8. Brazilië: het land van de toekomst?
Publiek
Woorden in deze lijst (65)
Origineel
- analfabetisme
- De percentage van de bevolking ouder dan 15 jaar dat niet kan lezen en schrijven.
- artendichtheid
- Het aantal artsen per duizend inwoners.
- basisbehoefte
- Iets wat iedereen echt nodig heeft om redelijk te kunnen leven: voedsel, huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg.
- beroepsbevolking
- Mensen die betaald werk (willen) doen.
- bevolkingsdiagram
- Diagram dat de leeftijdsopbouw van de bevolking weergeeft.
- bevolkingsdichtheid
- Het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer (inw/
km²). - bnp per inwoner
- Het gemiddelde inkomen per inwoner per jaar. Je berekent het door het bnp te delen door het aantal inwoners van een gebied.
- biodiversiteit
- Variatie aan levensvormen in de natuur.
- bio-ethanol
- Soort alcohol uit suikerriet die gebruikt wordt als brandstof voor auto's.
- BRICS-landen
- Verzamelnaam voor de vijf opkomende landen Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika.
- corrupt
- Als iemand stiekem geld aanneemt en in ruil daarvoor mensen voortrekt of diensten bewijst. Een ander woord hiervoor is omkoopbaar.
- debat
- Gesprek tussen mensen die het niet met elkaar eens zijn.
- dienstensector
- Alle bedrijven die zich bezighouden met het verlenen van diensten. Heet ook tertiaire sector.
- duurzaam
- Ervoor zorgen dat iets altijd blijft bestaan.
- duurzaamheid
- Niet meer natuurlijke hulpbronnen gebruiken dan dat er bijkomen, zodat de mensen er ook in de toekomst nog gebruik van kunnen maken.
- export
- Het uitvoeren van goederen naar het buitenland.
- favela
- Braziliaanse naam voor een krottenwijk (zelfbouwrijk).
- gated community
- Zwaarbewaakte woonwijk met een hoge muur of een hek eromheen.
- geboortecijfer
- Het gemiddelde aantal levendgeborenen per duizend inwoners per jaar.
- globalisering
- Het doorgaande proces van internationale uitwisseling van mensen, goederen, geld en informatie (kennis, cultuur).
- grondstof
- Ruw materiaal (zoals ijzererts of cacaobonen) dat nog bewerkt moet worden om er een product van te maken.
- grootgrondbezitter
- Boer die veel grond in bezit heeft.
- herbebossing
- Het opnieuw aanplanten van jonge bomen na houtkap.
- human development index (hdi)
- Cijfer dat aangeeft hoe hoog een land scoort op het bnp per inwoner, de levensverwachting en het analfabetisme.
- hydro-elektriciteit
- Elektriciteit opgewekt door waterkracht.
- import
- Het invoeren van goederen vanuit het buitenland.
- inflatie
- Producten worden duurder, waardoor het geld in een land minder waard wordt.
- informele sector
- Ongeschoold, slechtbetaald werk in de dienstensector.
- inkomensongelijkheid
- Ongelijke verdeling van het bnp over de bevolking.
- klimaatverandering
- Als over een periode van zo'n dertig jaar de klimaatfactoren temperatuur of neerslag zijn veranderd.
- koopkracht
- Het aantal goederen en diensten dat je van je geld kunt kopen.
- krottenwijk
- Een zelfbouwrijk met slechte huizen, weinig voorzieningen en onzekerheid voor de bewoners of ze er mogen blijven wonen.
- landbouw
- Het houden van dieren of het verbouwen van gewassen voor menselijk gebruik.
- leeftijdsopbouw
- De samenstelling van een bevolking in verschillende leeftijdsgroepen.
- levensverwachting
- Het gemiddelde aantal te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd.
- megastad
- Stad met meer dan 10 miljoen inwoners.
- middenklasse
- Groep mensen met een gemiddeld inkomen: ze zijn niet rijk en niet arm.
- natuurlijke hulpbron
- Product uit de natuur dat mensen goed kunnen gebruiken.
- ontbossing
- Het kappen van bossen.
- ontwikkeld land
- Rijk land met een hoog ontwikkelingspeil.
- ontwikkelingskenmerk
- Kenmerk waarmee je de armoede of de rijkdom in een gebied kunt meten.
- ontwikkelingsland
- Arm land met een laag ontwikkelingspeil.
- ontwikkelingspeil
- Het niveau van armoede of rijkdom in een land.
- opkomend land
- Land dat nog niet echt ontwikkeld is, maar dat wel een snelle economische groei doormaakt.
- primaire sector
- Werk waarbij producten regelrecht uit de natuur worden gehaald.
- primate city
- Een stad die veel groter en belangrijker is dan elke andere stad in het land.
- regionale ongelijkheid
- Verschillen in welvaart tussen het ene en het andere gebied.
- reliëf
- Hoogteverschillen in het landschap.
- ruraal-urbane migratie
- De migratie van het platteland naar de stad.
- savanne
- Landschap in de tropen met lange grassen, afgewisseld met groepjes bomen en struiken.
- schaalniveau
- De schaal waarop je naar de wereld kijkt: lokaal, regionaal, nationaal, continentaal of mondiaal.
- sociale ongelijkheid
- Verschillen in welvaart tussen verschillende groepen mensen in een gebied.
- steppe
- Droog gebied waar net genoeg regen valt voor de groei van grassen en lage struikjes.
- tertiaire sector
- Alle bedrijven die zich bezighouden met het verlenen van diensten, in het bijzonder commerciële dienstverlening.
- tropisch regenwoud
- Dicht, ondoordringbaar bos in de warme en vochtige tropen.
- urbanisatiegraad
- Het percentage stedelingen in een land.
- urbanisatietempo
- De snelheid waarmee de urbanisatiegraad toeneemt.
- verstedelijking
- Stijging van het percentage mensen dat in een stad woont. Heet ook urbanisatie.
- vluchtsector
- Zie informele sector.
- voedselafdruk
- Het aantal hectares dat nodig is om voedsel te verbouwen per inwoner of per land.
- waterkracht
- Opwekking van elektriciteit met behulp van vallend of stromend water.
- welvaart
- De mate waarin iemand in zijn behoeften kan voorzien. Gaat over het inkomen.
- welzijn
- De mate waarin iemand tevreden is met zijn kwaliteit van leven.
- zelfbouwwijk
- Zie krottenwijk.
- zwerflandbouw
- Het na een bepaalde periode verplaatsen van een akker naar een nabijgelegen stuk land, omdat de bodem niet vruchtbaar genoeg is voor een permanente akker.