3. Brazilië
Publiek
Woorden in deze lijst (36)
Origineel
- Biodiversiteit
- Het aantal soorten planten en dieren dat in een bepaald gebied voorkomt.
- Buitenlandse investeringen (Foreign Direct Investments)
- Economische investeringen die door buitenlandse bedrijven, personen of organisaties in een land worden gedaan.
- Caatinga
- Natuurlijk landschap in het noordoosten van Brazilië waar vooral cactussen en doornstruiken groeien, maar dat ondanks het droge steppeklimaat toch een grote biodiversiteit heeft.
- Cerrado
- Savannegebied waar relatief veel bomen groeien (boomsavanne).
- Erts
- Gesteente dat een economisch winbare hoeveelheid mineralen bevat waaruit metalen gewonnen kunnen worden. 'Economisch winbaar' wil zeggen dat de opbrengst van de metalen groter is dan de kosten om ze te winnen.
- Ertsvorming
- De manier waarop een erts ontstaat.
- Etniciteit
- De sociaal-culturele identiteit van een bevolkingsgroep.
- Favela
- Illegale wijk met veel zelfgebouwde woningen, waar arme mensen wonen die door geldgebrek of woningnood geen betere woning kunnen krijgen. Heet ook zelfbouwwijk.
- Foreign Direct Investments
- Economische investeringen die door buitenlandse bedrijven, personen of organisaties in een land worden gedaan. Heet ook buitenlandse investering.
- Fossiele energiebron
- Brandstof van organische oorsprong, zoals aardolie, aardgas en steenkool.
- Gated community
- Wijk die ter bescherming van de bewoners omheind is met muren of hekken. Heet ook ommuurde woonwijk.
- Geografisch beeld
- Een zo feitelijk mogelijke beschrijving van een gebied, waarbij je kijkt naar de geografische kenmerken van dat gebied. Het gaat daarbij om kenmerken vanuit de natuurlijke, economische, demografische, sociaal-culturele en politieke dimensie, de verbanden tussen die kenmerken en de relaties die een gebied heeft met andere gebieden.
- Gini-coëfficiënt
- Een getal tussen 0 en 1 dat de mate van inkomensongelijkheid in een land aangeeft. Hoe hoger het getal, hoe ongelijker het inkomen verdeeld is.
- Good governance
- Letterlijk: goed bestuur. Good governance betekent onder meer dat een land democratisch bestuurd wordt en dat corruptie bestreden wordt. Organisaties als het IMF, de Wereldbank en de WTO vinden dat landen good governance moeten nastreven.
- Grootgrondbezit
- Situatie waarin een kleine groep landeigenaren, in verhouding tot het gemiddelde grondbezit, grote stukken grond in bezit heeft.
- Handelsbalans
- De inkomsten uit export minus de uitgaven aan import van een land.
- Import- en exportpakket
- Samenstelling van het totale pakket aan goederen en diensten die een land invoert (importeert) of uitvoert (exporteert).
- Informele sector
- Economische sector waarin mensen werk doen dat niet officieel, dus zonder contract, wordt uitbetaald en waarover geen belasting wordt betaald.
- Landroof/
landgrabbing - Waarschijnlijk schijnsel waarbij nationale overheden land laten kopen of pachten door nationale en/
of internationale investeerders ten behoeve van grootschalige landbouw, wat ten koste gaat van de toegang tot land en de bestaanszekerheid van de lokale bevolking. - Lorenzcurve
- Grafiek die weergeeft hoe het inkomen van een land verdeeld is over de bevolking.
- Mangrove
- Bosgebied aan een tropische kust dat door de getijdewerking regelmatig overstroomt met zout water.
- Mental map
- Een beeld van een gebied dat gebaseerd is op de - vrijwel altijd beperkte - kennis die je van dat gebied hebt en de manier waarop je de werkelijkheid waarneemt. Zie ook: perceptie.
- Mijnbouw
- De winning van delfstoffen in vaste vorm, zoals ertsen en steenkool, door middel van dagbouw of schachtbouw. Bij dagbouw wordt de delfstof aan het aardoppervlakte afgegraven of met springstof opgeblazen, bij schachtbouw gebeurt dat ondergronds.
- Ommuurde woonwijk (gatedcommunity)
- Wijk die ter bescherming van de bewoners omheind is met muren of hekken.
- Ontbossing
- Het verdwijnen van bos door menselijk handelen.
- Perceptie
- De manier waarop je de werkelijkheid waarneemt. Perceptie wordt beïnvloed door meningen en emoties, die vorm krijgen door persoonlijke ervaringen, de invloed van anderen, vooroordelen en informatie die je tot je neemt.
- Politieke polarisatie
- Het bestaan van - meestal twee - politieke stromingen die sterk van elkaar afwijken en daardoor tegenover elkaar staan.
- Savanne
- Tropisch gebied waar grasland en bos elkaar afwisselen. De begroeiingsdichtheid is lager dan die in het tropisch regenwoud, doordat er een periode in het jaar weinig neerslag valt.
- Selva
- Bosgebied waar, door een hoge temperatuur en veel neerslag, de begroeiingsdichtheid en biodiversiteit zeer hoog zijn. Heet ook tropisch regenwoud.
- Sociale mobiliteit
- Het veranderen van de sociaaleconomische positie van mensen.
- Stedelijk netwerk
- Een gebied waarin steden elk een eigen functie vervullen en onderling sterk met elkaar verbonden zijn.
- Stereotiep beeld
- Een erg algemeen, eenzijdig beeld dat je van een gebied en zijn bewoners hebt.
- Tropisch regenwoud (selva)
- Bosgebied waar, door een hoge temperatuur en veel neerslag, de begroeiingsdichtheid en biodiversiteit zeer hoog zijn.
- Verstedelijkingsgraad
- Het percentage van de bevolking dat in een stad woont.
- Verstedelijkingstempo
- De snelheid waarmee het percentage van de bevolking dat in een stad woont, toeneemt.
- Zelfbouwrijk (favela)
- Illegale wijk met veel zelfgebouwde woningen, waar arme mensen wonen die door geldgebrek of woningnood geen betere woning kunnen krijgen.