Toets Frans

Publiek
5
Woorden in deze lijst (17)
Origineel
- en Angleterre
- in/
naar Engeland - en Espagne
- in/
naar Spanje - le train
- de trein
- la rentrée
- de eerste schooldag
- avoir envie de
- zin hebben in
- Tu as été où?
- Waar ben jij geweest?
- J'ai été en Italie.
- Ik ben in Italië geweest.
- Il a fait beau?
- Was het mooi weer?
- Oui, il a fait chaud.
- Ja, het was warm.
- le copain
- de vriend
- la copine
- de vriendin
- la famille
- de familie
- le départ
- het vertrek
- le matin
- de ochtend
- Oui, c'était super!
- Ja, het was super!
- Avec mes parents.
- Met mijn ouders.
- en Allemagne
- in/
naar Duitsland