Duitse woordenschat - Nederlands
Publiek
1
Woorden in deze lijst (26)
Origineel
- etwa
- ongeveer
- die Stufe
- de traptrede/
het niveau - immer
- altijd
- das Denkmal
- het monument
- der Ausblick
- het uitzicht
- die Heimat
- het geboorteland/
de geboortestreek - zusätzlich
- daarbij/
extra - erhalten
- ontvangen
- sparen
- besparen
- herstellen
- maken
- der Ausflug
- het uitstapje
- mieten
- huren
- der Pkw
- de personenauto
- bevorzugen
- de voorkeur geven aan
- allerdings
- weliswaar
- rasch
- snel
- erschöpft
- uitgeput
- bestätigen
- bevestigen
- der Hubschrauber
- de helikopter
- gehören zu
- horen bij
- der See
- het meer
- der Klimawandel
- de klimaatverandering
- die Gegend
- de omgeving
- ganz
- heel
- der Schmetterling
- de vlinder
- die Biene
- de bij
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–