1.3 Lenen
Publiek
Woorden in deze lijst (14)
Origineel
- Aflossen
- Het terugbetalen van een geleend bedrag, in één keer of in termijnen.
- Aflossingstermijn
- Looptijd. De periode waarbinnen je een lening moet terugbetalen.
- Annuïteitenlening
- Lening die je terugbetaalt in gelijkblijvende termijnen. In het begin betaal je relatief veel interest en weinig aflossing, aan het eind is dat net omgekeerd.
- Consumptief krediet
- Lening voor de aanschaf van consumptiegoederen.
- Creditcard
- Een betaalkaart waarbij de betalingen pas aan het eind van de maand van je betaalrekening worden afgeschreven.
- Huurkoop
- Koop met betaling in termijnen waarbij de koper pas eigenaar wordt na betaling van de laatste termijn.
- Koop op afbetaling
- Koop met betaling in termijnen waarbij de koper direct eigenaar wordt.
- Lenen
- Tijdelijk gebruikmaken van het geld van een ander.
- Lineaire lening
- Lening waarbij het aflossingsbedrag steeds even groot is. De termijnen worden steeds kleiner, doordat de schuldrest en daardoor de interest steeds verder dalen.
- Looptijd
- Aflossingstermijn. De periode waarbinnen je een lening moet terugbetalen.
- Persoonlijke lening
- Lening voor een grote uitgave met een vaste aflossing en looptijd.
- Private lease
- Een vorm van verhuur, waarbij je een vast maandelijks bedrag betaalt. In ruil daarvoor kun je gedurende een vooraf afgesproken periode over het geleasete product beschikken.
- Schuldrest
- Het resterende bedrag van een lening dat je nog moet aflossen.
- Termijnen
- Bedragen die je met vaste tussenpozen betaalt voor een lening. Elke termijn bestaat uit aflossing en interest.