MEMO - 4/5/6 vwo - Begrippen - De klassieke oudeheid

Publiek
1keer geoefend
Woorden in deze lijst (29)
Origineel
- aristocratie
- Vorm van bestuur waarbij de macht beperkt blijft tot een aantal families adel, erfelijk
- Bijbel
- Het heilige boek van de christenen, dat uit twee delen bestaat: het Oude Testament en het Nieuwe Testament
- burgerrecht
- Een recht dat toebehoort aan de erkende bewoners van een stad of staat ('burgers').
- christendom
- Monotheïstische godsdienst die het geheel van christelijke waarden, voorschriften en gebruiken omvat en die is gebaseerd op de Bijbel.
- concilie
- Vergadering van de christelijke kerk waarin besluiten worden genomen over de juiste interpretatie van de christelijke leer.
- consul
- De hoogste ambtsdrager in de Romeinse Republiek; de twee consuls werden jaarlijks gekozen uit de senaat en waren verantwoordelijk voor het burgerlijk en militaire bestuur.
- dictator
- Alleenheerser (oorspronkelijk alleen voor een korte periode).
- directe democratie
- Vorm van bestuur waarbij alle burgers het recht hebben om rechtstreeks mee te beslissen over het beleid.
- Germanen
- Boerenvolken in Midden-Europa en Noord-Europa die rond het begin van de jaartelling een Germaanse taal spraken.
- hellenisme
- De Griekse beschaving na de veroveringen van het (Midden-)Oosten door Alexander de Grote.
- imperium
- Een groot rijk waarin een vorst of regering over verschillende volken heerst. Letterlijk: opperheerschappij.
- jodendom
- Monotheïstische godsdienst van de joden, gebaseerd op de boeken van de Hebreeuwse Bijbel (in de christelijke Bijbel het Oude Testament).
- keizerrijk
- Een rijk dat wordt bestuurd door een keizer.
- klassieke cultuur
- Grieks-Romeinse cultuur.
- magistraat
- Bestuurder die tijdelijk een niet-erfelijk overdraagbare functie vervult.
- monotheïsme
- Het geloof in één god.
- oligarchie
- Bestuur door een kleine elite.
- oosters schisma
- De breuk in 1054 tussen het christendom onder leiding van de paus in Rome en het orthodoxe christendom in het Oost-Romeinse Rijk.
- orthodox
- Letterlijk: volgens de ware leer; onder andere gebruikt voor de christelijke kerken in het Oost-Romeinse Rijk na het oosters schisma van 1054.
- ostracisme
- Het verschijnsel dat Atheense burgers een politicus uit hun midden konden verbannen door hem weg te stemmen. (Letterlijk: schervengericht.)
- patronage
- Het verschijnsel dat een machtig man (de patroon) burgers van lage afkomst (zijn cliënten) beschermt in ruil voor politieke steun.
- pax romana
- Een periode van betrekkelijke rust in het Romeinse Rijk (27 v.C.–180 n.C.). (Letterlijk: Romeinse vrede.)
- polis
- Stadstaat (een stad plus het omringende gebied) met een zelfstandig bestuur.
- republiek
- Staat die door (een deel van) de burgers zelf wordt bestuurd en niet door een koning of keizer.
- senaat
- Het voornaamste bestuurlijke orgaan van de Romeinse Republiek.
- staatsgodsdienst
- Een godsdienst die is voorgeschreven voor iedereen die voor de staat werkt.
- tiran
- Tijdelijke alleenheerser, later met de betekenis van 'hardvochtig heerser'.
- volksvergadering
- Politiek orgaan waarin de burgers van een land bijeenkomen om deel te nemen aan de besluitvorming in hun staat.
- volksverhuizing
- De verplaatsing van een grote groep mensen (een volk) over een grote afstand.