Unit 5 wordlist
Publiek
Woorden in deze lijst (121)
Origineel
- attachment
- gehechtheid
- come off
- afkomen van
- demonstrate
- demonstreren
- devotion
- toewijding
- floorball
- floorball
- genuine
- oprecht
- routine
- routine
- self-conscious
- zelfbewust
- sense of identity
- identiteitsgevoel
- substitution
- vervanging
- superstitious
- bijgelovig
- in amusement
- geamuseerd
- appearance
- uiterlijk
- application
- aanmelding
- assistance
- bijstand /
assistentie - athlete
- atleet
- attract: spectators, fans, viewers
- (aan)trekken: toeschouwers, fans, kijkers
- badminton
- badminton
- baseball
- basketbal
- beat: an opponent, the rival team
- verslaan: een tegenstander, het rivaliserende team
- behaviour
- gedrag
- boast
- opscheppen
- comfort
- comfort
- commitment
- inzet
- compete for: a title, a trophy, prize money, a gold medal
- strijden om: een titel, een trofee, prijzengeld, een gouden medaille
- concentration
- concentratie
- connection
- verbinding
- count on (sb)
- op (iemand) rekenen
- decision
- besluit
- defeat: an opponent, the rival team
- verslaan: een tegenstander, het rivaliserende team
- delight: spectators, fans, viewers
- in verrukking brengen: toeschouwers, fans, kijkers
- demand: coordination, training, teamwork
- vragen/
vergen: coördinatie, training, teamwork - design
- ontwerp
- disappoint: spectators, fans, viewers
- teleurstellen: toeschouwers, fans, kijkers
- disapprove
- afkeuren
- discourage
- ontmoedigen
- discovery
- ontdekking
- dishonest
- oneerlijk
- embarrassment
- schaamte
- encouragement
- aanmoediging
- enter: a championship, tournament, competition
- deelnemen aan: een kampioenschap, toernooi, competitie
- entertainment
- vermaak
- exhaustion
- uitputting
- expectation
- verwachting
- fan
- fan
- frustration
- frustratie
- get (sb) down
- (iemand) deprimeren
- get back to (sb)
- er bij (iemand) op terugkomen
- get round to doing (sth)
- toekomen aan (iets)
- get the hang of it
- het onder de knie krijgen
- get through (sth)
- (iets) doorkomen
- get together
- samenkomen
- get up
- opstaan
- guidance
- begeleiding
- hockey
- hockey
- hold: a championship, tournament, competition
- houden: een kampioenschap, toernooi, competitie
- hurdles
- horden
- I was a natural.
- Ik was een natuurtalent.
- I was hooked.
- Ik was verslaafd.
- illegally
- illegaal
- illogical
- onlogisch
- immoral
- immoreel
- impatient
- ongeduldig
- impolite
- onbeleefd
- improvement
- verbetering
- inexpensive
- goedkoop
- invisible
- onzichtbaar
- involve: coordination, training, teamwork
- omvatten: coördinatie, training, teamwork
- irrelevant
- irrelevant
- irresponsible
- onverantwoordelijk
- It is addictive.
- Het is verslavend.
- It was a bit of a let-down
- Het was een beetje een teleurstelling
- jinx
- ongeluk brengen
- knock (sb) out
- (iemand) uitschakelen
- misbehave
- (zich) misdragen
- misleading
- misleidend
- misunderstand
- verkeerd begrijpen
- motivation
- motivatie
- nil
- nul
- nonsense
- onzin /
nonsens - nonverbal
- non-verbaal
- opponent
- tegenstander
- performance
- prestatie
- prepare for a: championship, tournament, competition
- voorbereiden op een: kampioenschap, toernooi, competitie
- production
- productie
- qualification
- kwalificatie
- qualify for a: championship, tournament, competition
- kwalificeren voor een: kampioenschap, toernooi, competitie
- question
- vraag
- rearrange
- verplaatsen
- referee
- scheidsrechter
- relieve
- verlichten
- remote control
- afstandsbediening
- repayment
- terugbetaling
- require: coordination, training, teamwork
- vereisen: coördinatie, training, teamwork
- riding
- paardrijden
- rival
- concurrent /
rivaal / tegenstander - root for
- aanmoedigen
- rowing
- roeien
- show off
- opscheppen
- spectator
- toeschouwer
- sprinting
- sprinten
- superior
- beter /
superieur - supporter
- supporter
- surfing
- surfen
- take (sth) on
- (iets) op je nemen
- take part in a: championship, tournament, competition
- deelnemen aan een: kampioenschap, toernooi, competitie
- teammate
- teammaat /
teamgenoot - tennis
- tennis
- the stakes are higher
- de inzet is hoger
- trade
- handel
- turn (sth/
sb) down - (iets /
iemand) afwijzen - unbelievably
- ongelofelijk
- undoubtedly
- ongetwijfeld
- unexpectedly
- onverwacht
- unfamiliar
- onbekend
- unmotivated
- ongemotiveerd
- unrealistic
- onrealistisch
- unsuccessful
- mislukt
- win: a title, a trophy, prize money, a gold medal, a championship, a tournament, a competition
- winnen: een titel, een trofee, prijzengeld, een gouden medaille, een kampioenschap, een toernooi, een wedstrijd
- work out
- trainen
- yell
- gillen