bio genetica
Publiek
1keer geoefend
Woorden in deze lijst (28)
Origineel
- gen
- een stukje DNA met informatie voor een bepaalde eigenschap van een organisme
- allel
- een variant van een gen
- genoom
- alle DNA-moleculen in een cel van een organisme
- genotype
- de informatie voor alle erfelijke eigenschappen van een individu
- fenotype
- alle waarneembare eigenschappen van een individu
- milieufactor
- invloeden van buitenaf die invloed hebben op de ontwikkeling en het functioneren van een organisme
- chromosoom
- langgerekte dunne 'draden' in de celkern, ze bestaan uit DNA dat is opgerold om eiwitten
- autosoom
- een chromosoom dat geen geslachtschromosoom is
- geslachtschromosoom
- een chromosoom wat het geslacht van een organisme bepaalt
- X-chromosoom /
Y-chromosoom - bepalen het biologische geslacht van het kind. Vrouwen hebben twee X-chromosomen (XX), mannen hebben een Y-chromosoom en een X-chromosoom (XY)
- geslachtelijke voortplanting
- manier van voortplanten waarbij twee oudercellen (geslachtscellen) versmelten om een nieuw organisme te vormen
- meiose
- celdeling geslachtscellen waarbij elke cel de helft van het aantal chromosomen krijgt
- homologe chromosomen
- een chromosoompaar die gelijk zijn in lengte en vorm en die beide informatie bevatten voor dezelfde eigenschappen
- gekoppelde genen
- genen die op hetzelfde chromosoom liggen en die samen worden doorgegeven aan de nakomeling
- monohybride kruising
- een kruising waarbij je kijkt naar een erfelijke eigenschap (bijv. oogkleur)
- dominant
- een dominant allel is een variant van een allel dat altijd tot uiting komt als het aanwezig is
- recessieve
- een variant van een gen die alleen tot uiting komt als er geen dominant allel aanwezig is
- onvolledig dominant
- geen van de allelen overheerst (wit + rood=roze)
- intermediar
- ander woord voor onvolledige dominantie
- stamboom
- een schema waarin de overerving van erfelijke eigenschappen of ziekten in een familie word weergeven
- kruisingsschema
- een schema om te voorspellen welke genotypen en fenotypen nakomelingen kunnen krijgen bij een bepaalde oudercombinatie
- homozygoot
- een organisme is homozygoot voor een gen als beide allelen hetzelfde zijn (AA of aa)
- heterozygoot
- een organisme is heterozygoot voor een gen als beide allelen verschillend zijn (Aa)
- X-chromosomaal
- een eigenschap of gen is X-chromosomaal als het ligt op de X-chromosoom en alleen via het X-chromosoom doorgegeven kan worden.
- multipele allelen
- multipele allelen zijn meer dan twee mogelijke varianten (allelen) van een gen binnen een soort (bijv bloedgroep)
- letale factor
- een letale factor is een allel dat wanneer het in een bepaalde combinatie aanwezig is het leidt tot de dood van het organisme
- ethisch argument
- een reden om iets moreel juist of onjuist te vinden
- biologisch argument
- een reden die is gebaseerd op wetenschappelijke biologische feiten over de gevolgen van een behandeling.