Wörterliste A Deutsch - Niederländisch
Publiek
Woorden in deze lijst (24)
Origineel
- der Apfel
- de appel
- der Honig
- de honing
- der Joghurt
- de yoghurt
- der Käse
- de kaas
- der Orangensaft
- de sinaasappelsap
- der Schinken
- de ham
- die Butter
- de boter
- die Marmelade
- de jam
- die Milch
- de melk
- das Abendbrot
- het avondeten
- das Brötchen/
die Brötchen - het broodje/
de broodjes - das Brot
- het brood
- das Frühstück
- het ontbijt
- das Mittagessen
- de lunch
- alles-nichts
- alles-niets
- essen
- eten
- frühstücken
- ontbijten
- gesund
- gezond
- lecker
- lekker
- probieren
- proeven
- schmecken
- smaken
- trinken
- drinken
- wählen
- kiezen
- zeichnen
- tekenen