Klimaatvraagstukken - Hoofdstuk 2 - Overig

Publiek
0
Woorden in deze lijst (16)
Origineel
- aardverschuiving
- Het van een helling glijden of rollen van een grote hoeveelheid gesteente of los materiaal.
- bodem
- Het voor plantengroei belangrijke bovenste deel van de aardkorst (in Nederland tot ongeveer 1,20 m).
- breuk
- Barst of scheur tussen en/
of in platen. - conditionele factor
- De randvoorwaarde waaraan moet worden voldaan voordat een bepaalde gebeurtenis kan plaatsvinden. In het kader van klimaatveranderingen in het Kwartair zijn dit factoren die te maken hebben met platentektoniek.
- convectiestroom
- Bewegend heet magma in de mantel van de aarde.
- fossiel
- Versteende rest of afdruk van planten en dieren die in de aardkorst is bewaard.
- fotosynthese
- Het onder invloed van zonlicht omzetten van water en koolstofdioxide in suikers en zuurstof door planten en bomen.
- geologie
- De wetenschap die zich bezighoudt met het ontstaan en de veranderingen van de aarde en met name de aardkorst en platen.
- mid-oceanische rug
- Een langgerekte bergrug onder zee met in het midden een diepe kloof.
- Pangea
- Supercontinent van zo’n 250 miljoen jaar geleden, waarbij alle huidige continenten bij elkaar lagen en aaneengesloten waren tot een grote landmassa.
- permafrost
- Permanent bevroren ondergrond, soms wel tot op 1 km diepte.
- slenk
- Een wegzakkend blokvormig gedeelte van de aardkorst.
- sturend mechanisme
- Mechanisme dat het optreden van iets controleert. In het kader van klimaatveranderingen in het Kwartair gaat het om de Milankovitch-variabelen. Heet ook sturende factor.
- sturende factor
- Mechanisme dat het optreden van iets controleert. In het kader van klimaatveranderingen in het Kwartair gaat het om de Milankovitch-variabelen. Heet ook sturend mechanisme.
- subductietrekkracht
- De kracht waarmee een in de mantel wegzakkende oceanische plaat de platentektoniek aandrijft, die wordt veroorzaakt door zwaartekracht.
- zee-ijs
- Bevroren zeewater.