Module 1: Schaarste, geld en handel - 4/5 HAVO - hoofdstuk 3
Publiek
Woorden in deze lijst (30)
Origineel
- Algemeen prijspeil
- gemiddelde prijs van een representatieve groep goederen en diensten
- Betaalmiddel
- algemeen aanvaard ruilmiddel
- Centrale bank
- bank belast met de ontwikkeling en uitvoering van monetair beleid en met het toezicht op het bank- en verzekeringswezen
- Chartaal geld
- munten en bankbiljetten
- De Nederlandsche Bank
- centrale bank van Nederland
- Denominatie
- waarde die op chartaal geld vermeld staat
- Directe ruil
- ruil van middelen zonder tussenkomst van geld
- Europese Centrale Bank
- centrale bank van de eurolanden
- Extrinsieke waarde van geld
- zie denominatie
- Fiduciair geld
- geld dat zijn waarde uitsluitend ontleent aan het vertrouwen dat mensen erin hebben
- Geld
- middel dat kan worden geruild tegen alle andere middelen
- Geldschepping
- nieuw geld in omloop brengen
- Geldwissel
- document waarop staat hoeveel geld de houder aan de bank in beheer heeft gegeven
- Giraal geld
- direct opvraagbare tegoeden op bank- of girorekeningen
- Indirecte ruil
- ruil van middelen met tussenkomst van geld
- Inflatie
- stijging van het algemene prijspeil door de tijd
- Interne waarde van geld
- koopkracht van het geld
- Intrinsieke waarde van geld
- waarde van het materiaal waarvan het geld gemaakt is
- Koopkracht van geld
- de hoeveelheid middelen die voor het geld gekocht kunnen worden
- Maatschappelijke geldhoeveelheid
- totale hoeveelheid chartaal en giraal geld die in omloop is
- Monetair beleid
- bepaling van de maatschappelijke geldhoeveelheid, het wisselkoersregime en de rentestand
- Nominale waarde van geld
- waarde die op chartaal geld staat afgebeeld
- Oppotmiddel
- functie van geld waardoor de aanwending van middelen uitgesteld kan worden
- Prijs
- ruilverhouding van middelen tot het middel geld
- Reële waarde van geld
- koopkracht van het geld
- Rekenmiddel
- functie van geld waardoor de waarde van verschillende middelen met elkaar vergeleken kan worden
- Ruilmiddel
- functie van geld waardoor goederen en diensten geruild kunnen worden
- Valuta
- muntsoort
- Waardemeter
- waarde van middelen uitgedrukt in geld
- Wet van Gresham
- ervaringsgegeven dat zegt dat geld met een relatief hoge intrinsieke waarde uit de omloop gaat