3.2 De Nederlandse maatschappij (1978-2008)
Publiek
0keer geoefend
Woorden in deze lijst (13)
Origineel
- digitale revolutie
- Grote veranderingen in de samenleving als gevolg van de nieuwe digitale technologieën.
- Europese Unie (EU)
- Sinds 1993 het voornaamste orgaan waarin Europese landen samenwerken; is sinds de oprichting aanmerkelijk uitgebreid (27 lidstaten in 2022).
- gidsland
- Een land dat een voorbeeld kan zijn voor andere landen.
- globalisering
- Het verschijnsel dat landen over de hele wereld politiek, economisch en cultureel steeds meer verbonden raken.
- individualisering
- Een proces waarbij mensen steeds minder afhankelijk zijn van gemeenschappen als hun familie of hun kerk en steeds meer zelfstandig in de samenleving staan.
- multiculturele samenleving
- Een samenleving die bestaat uit mensen met verschillende culturen en geloven.
- oliecrisis
- Een wereldwijde crisis die in 1973 ontstond doordat enkele Arabische landen de levering van olie staakten aan landen die Israël in een oorlog hadden gesteund.
- polarisatie
- Het toenemen van tegenstellingen tussen politieke en maatschappelijke groepen.
- poldermodel
- Een maatschappelijke situatie waarin overheden, werkgevers en werknemers met elkaar overleggen om over economisch beleid tot een overeenkomst te komen, zodat arbeidsconflicten zoveel mogelijk worden voorkomen.
- privatisering
- Proces waarbij staatsbedrijven zelfstandige ondernemingen worden.
- val van Srebrenica
- De inname van de Bosnische stad Srebrenica, die op dat moment onder bescherming stond van Nederlandse soldaten.
- Verdrag van Maastricht
- Verdrag dat de basis legde voor de Europese Unie en de euro.
- Verdrag van Schengen
- Verdrag dat het vrije verkeer tussen lidstaten van de Europese Unie mogelijk maakte.