Wissenschaft und Technik - Wetenschap en techniek
Publiek
Woorden in deze lijst (96)
Origineel
- die Anerkennung
- de waardering
- die Anforderung
- de eis
- die Anlage
- de bijlage/
de belegging - die Anleitung
- de handleiding
- der Anreiz
- de prikkel
- der Ansatz
- de voortekenen/
het begin/ de aanpak - der Anspruch
- de eis
- die Anstalt
- de inrichting/
de instelling - das Anzeichen
- de aanwijzing/
het teken - die Auslese
- de selectie
- der Aussetzer
- de black-out
- der Austausch
- de uitwisseling
- die Auswertung
- de evaluatie
- die Bildung
- de vorming/
het onderwijs - die Beförderung
- het vervoer/
het transport/ de promotie - der Dolmetscher/
die Dolmetscherin - de tolk
- der Erfolg
- het succes
- das Ergebnis
- het resultaat
- der Ersatz
- de vervanging
- die Fähigkeit
- de capaciteit/
de vaardigheid/ het vermogen - der Forscher
- de onderzoeker
- das Gutachten
- het rapport/
het advies - die Herausforderung
- de uitdaging
- die Leistungsfähigkeit
- de werkkracht/
het prestatievermogen - die Lösung
- de oplossing
- die Menge
- de hoeveelheid
- der Nachwuchs
- de kinderen/
de jonge mensen - der Praktikant/
die Praktikantin - de stagiair/
de stagiaire - der Prozentsatz
- het percentage
- der Sachverständige
- de deskundige
- der Schulabschluss
- het eindexamen/
het diploma - die Tagung
- de conferentie/
de vergadering - das Verhalten
- het gedrag
- die Verhandlung
- de onderhandeling
- die Voraussetzung
- de voorwaarde
- der Vorgang
- de ontwikkeling/
het proces - der/
die Vorgesetzte - de chef
- abschneiden
- het ervan afbrengen
- anwenden
- toepassen
- ausstatten
- uitrusten
- beanspruchen
- in beslag nemen
- beanstanden
- bezwaar maken tegen/
bekritiseren - beeinträchtigen
- negatief beïnvloeden
- darlegen
- uitleggen/
betogen - einhalten
- zich houden aan/
aanhouden - entfalten
- ontplooien
- enttäuschen
- teleurstellen
- erfolgen
- plaatsvinden
- erforschen
- onderzoeken
- erfinden
- uitvinden
- erkunden
- verkennen
- erstellen
- maken/
ontwikkelen - erzielen
- behalen/
bereiken - fehlen
- ontbreken/
er niet zijn - gerecht werden
- voldoen aan
- löschen
- wissen/
blussen - nachholen
- inhalen/
van een achterstand - pauken
- hard studeren
- scheitern
- mislukken/
vastlopen - schwänzen
- spijbelen
- sich bewähren
- zich waarmaken/
voldoen/ goed blijken te zijn - sich bewerben
- solliciteren
- sich schwertun
- ergens moeite mee hebben/
zich moeilijk maken - sich unterziehen
- onderwerpen/
aan - unterlassen
- nalaten/
niet doen - verfügen über
- beschikken over
- verkraften
- verwerken/
te boven komen - vermitteln
- bemiddelen/
overdragen - versagen
- falen
- vertuschen
- verdoezelen
- verzichten auf
- afzien van
- vorenthalten
- niet geven/
achterhouden - vorhaben
- van plan zijn
- vorweisen
- laten zien
- auf Anhieb
- meteen
- einzigartig/
einmalig - uniek
- fähig
- bekwaam/
vaardig/ in staat tot - fundiert
- onderbouwd/
onderlegd - gemäß
- overeenkomstig
- geradezu
- gewoonweg
- geschweige denn
- laat staan dat .../
om niet te spreken van... - gewissenhaft
- nauwgezet
- gezielt
- gericht
- im Großen und Ganzen
- over het algemeen/
in grote lijnen - im Rahmen
- in het kader van
- jenseits
- aan de andere kant van
- künftig
- toekomstig
- tätig
- actief/
werkzaam - tatsächlich
- inderdaad
- überflüssig
- overbodig
- umsonst
- tevergeefs/
gratis - unbedingt
- per se/
beslist - verhängnisvoll
- noodlottig
- versehentlich/
aus Versehen - per ongeluk
- vorzugsweise
- bij voorkeur
- zuverlässig
- betrouwbaar