De opkomst van het nationaalsocialisme
Publiek
Woorden in deze lijst (14)
Origineel
- Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP)
- De politieke partij van Adolf Hitler.
- Nationalisme
- Trots zijn op je eigen land, volk en cultuur.
- Führerprincipe
- Er is één leider die alle besluiten neemt en aan wie iedereen gehoorzaamt.
- Persoonsverheerlijking
- Een mens als een soort god vereren.
- Militarisme
- Het idee dat oorlog iets moois is. Elk land kan dan laten zien hoe sterk het is.
- Antisemitisme
- Haat tegen Joden.
- Dictatuur
- Een manier van regeren waarbij één persoon of een kleine groep alle macht heeft.
- Totalitaire staat
- Een land waarin het leven van de inwoners volledig wordt beheerst door de staat.
- Gelijkschakeling
- Het onder directe controle brengen van alle organisaties en alle media in Duitsland door de nazi’s.
- Indoctrinatie
- Het inprenten van een opvatting door deze continu te herhalen en geen andere meningen toe te staan.
- SA
- De knokploeg van de NSDAP: een groep gewapende mannen in uniform die de partij beschermde en tegenstanders bang maakte.
- Gestapo
- De geheime politie in nazi-Duitsland.
- Concentratiekamp
- Grote kampen waarin bepaalde groepen mensen zonder proces worden opgesloten.
- SS
- Een militaire organisatie binnen de NSDAP die vooral tijdens de Tweede Wereldoorlog veel misdaden pleegde.