Module 8: Conjunctuur en economisch beleid - 4/5/6 VWO - Hoofdstuk 1
Publiek
Woorden in deze lijst (30)
Origineel
- Achterlopende conjunctuurindicator
- macro-economische variabele waarvan de waardeontwikkeling volgt op de waardeontwikkeling van het bbp
- Anticyclische variabele
- variabele die een patroon vertoont tegengesteld aan de conjunctuurlijn
- Conjunctuurwerkloosheid
- werkloosheid die meebeweegt met de economische conjunctuur
- Conjunctuurbeweging
- golfbeweging van de reële economische groei
- Conjunctuurindicator
- procyclische macro-economische variabele waarvan de waarde eerder bekend is dan die van het bbp
- Conjunctuurlijn
- lijn die de conjunctuurbeweging weergeeft
- Consumentenvertrouwen
- vertrouwen van consumenten in de economie
- Econometrie
- onderdeel van de economische wetenschap dat economische verschijnselen meet en voorspelt met behulp van wiskundige modellen en statistiek
- Economische depressie
- situatie waarbij de economie drie kwartalen of meer achter elkaar krimpt
- Economische recessie
- situatie waarbij de economie twee kwartalen achter elkaar krimpt
- Frictiewerkloosheid
- werkloosheid als gevolg van het zoekproces op de arbeidsmarkt, waarbij het zoeken minder dan een baan duurt
- Full employment
- situatie waarbij iedereen die wil werken een baan heeft of een baan zoekt, waarbij de kans op het vinden van een geschikte baan niet afhankelijk is van de conjunctuur
- Gelddillusie
- het verschijnsel dat mensen denken in nominale waarden en niet in reële waarden
- Hoogconjunctuur
- situatie waarbij de output gap positief is
- Laagconjunctuur
- situatie waarbij de output gap negatief is
- Langetermijngroeipad
- pad van economische groei waarbij alle markten zich in het langetermijnevenwicht bevinden
- Loonstarheid
- verschijnsel dat lonen niet direct aangepast worden aan veranderingen in vraag en aanbod van arbeid
- Natuurlijke werkloosheid
- structurele werkloosheid op lange termijn
- Output gap
- verschil tussen wat een economie voortbrengt en wat het in de optimale situatie voortbrengt
- Potentiële productie
- productie van een economie die zich op het langetermijngroeipad bevindt
- Prijsrigiditeit
- verschijnsel dat prijzen niet direct aangepast worden aan veranderingen in vraag en aanbod
- Prijsstarheid
- verschijnsel dat prijzen niet direct aangepast worden aan veranderingen in vraag en aanbod
- Procyclische variabele
- variabele die een patroon vertoont gelijk opgaand met de conjunctuurlijn
- Producentenvertrouwen
- vertrouwen van producenten in de economie
- Reële economische groei
- jaarlijkse procentuele verandering van het reële bbp
- Seizoenswerkloosheid
- werkloosheid die seizoensgebonden is
- Structurele werkloosheid
- werkloosheid die past bij de economische structuur van een land
- Tekenomslag
- een omslag van de richting waarin een variabele verandert
- Trendmatige groei
- gemiddelde economische groei over een langere periode
- Voorlopende conjunctuurindicator
- macro-economische variabele waarvan de waardeontwikkeling vooruitloopt op de waardeontwikkeling van het bbp