Welke begrippen moet je kennen?
Publiek
Woorden in deze lijst (62)
Origineel
- afzetmarkt
- Het aantal klanten dat producten en diensten wil kopen.
- agglomeratievoordeel
- Het voordeel dat bedrijven hebben doordat ze vlak bij elkaar zitten.
- arbeidsmigrant
- Iemand die voor zijn werk (tijdelijk) in een ander gebied gaat wonen. Heet ook economische migrant.
- asielzoeker
- Iemand die op de vlucht is en bescherming (asiel) vraagt in een ander land.
- binnenstad
- Het centrum van een stad.
- bruto nationaal product (bnp)
- Het geld dat alle inwoners in een jaar in een land samen verdienen.
- central business district (cbd)
- Het kantoren-, winkel- en uitgaansgebied van een stad. Heet ook stadscentrum of centrale zakenwijk.
- centrale zakenwijk
- Zie central business district (cbd).
- cityvorming
- Verdringing van de woonfunctie in een gebied door kantoren en winkels.
- commerciële dienstverlening
- Dienstverlening met als doel geld te verdienen, zoals handel, banken, transport, winkels en horeca.
- communisme
- Politieke vorm waarbij de staat alle bedrijven bezit en bepaalt welke producten worden gemaakt.
- communistisch land
- Land waar één partij de macht heeft en waar de staat alle bedrijven bezit en bepaalt welke producten worden gemaakt.
- cultuur
- Alles wat je hebt aangeleerd.
- demografische krimp
- Bevolkingsafname. Heet ook bevolkingskrimp.
- dictatuur
- Staatsvorm waarin één persoon de absolute macht heeft.
- dienstensector
- Alle bedrijven die diensten verlenen. Je kunt de sector indelen in de commerciële dienstverlening (tertiaire sector) en de niet-commerciële dienstverlening (quartaire sector).
- dimensie
- De invalshoek van waaruit je een bepaald onderwerp bekijkt: fysisch, economisch, sociaal-cultureel, demografisch of politiek.
- economisch machtsblok
- Een groep landen die samen sterk zijn doordat ze met elkaar samenwerken, er veel goederen worden geproduceerd en er een grote, koopkrachtige markt is.
- economisch systeem
- De manier waarop in een staat de productie van goederen is geregeld.
- Europese Unie (EU)
- Politiek en economisch samenwerkingsverband tussen 27 landen in Europa.
- expat
- Zie kennismigrant.
- export
- Uitvoer van goederen en diensten naar een ander land.
- Fort Europa
- Bijnaam voor de EU, die het grondgebied met strenge bewaking en wetten probeert af te sluiten voor migranten.
- gentrificatie
- Veranderingen in een arme woonwijk als rijkere mensen er verwaarloosde woningen kopen en opknappen, waardoor de minder welvarende inwoners verdrongen worden.
- hightechindustrie
- Industrie die gebaseerd is op hoogstaande technische kennis.
- industrie
- Het produceren van goederen met behulp van machines in een fabriek.
- infrastructuur
- Alle voorzieningen die nodig zijn om personen, goederen of informatie te vervoeren.
- internationale organisatie
- Samenwerkingsverband van meerdere landen om de welvaart en de veiligheid te vergroten.
- interne markt
- Personen, goederen, diensten en geld mogen binnen de Europese Unie zonder controle de grens over.
- kapitalistisch land
- Land waar de productie wordt geleid door particuliere ondernemers (die zelf voor hun eigen onderneming bepalen wat ze produceren en hoeveel). Heet ook vrijemarkteconomie.
- kennismigrant
- Theoretisch opgeleide werknemer die naar een ander land verhuist om er te werken in een functie waarvoor specialistische kennis nodig is. Heet ook expat.
- lichte industrie
- Bedrijven in de secundaire sector die voor hun productie veel halffabricaten gebruiken.
- migratiemotief
- Reden om in een ander land te gaan wonen: werk, studie, gezin of asiel.
- mijnbouw
- Winning van delfstoffen.
- multicultureel
- Mensen uit verschillende culturen die met elkaar samenleven.
- multinational
- Zie multinationale onderneming (mno).
- multinationale onderneming (mno)
- Bedrijf met vestigingen in verschillende landen. Heet ook multinational.
- natuurlijke bevolkingsgroei
- Bevolkingsgroei of bevolkingsafname door het aantal geboorten min het aantal sterfgevallen.
- negatief migratiesaldo
- Er vertrekken meer mensen uit een gebied dan dat er zich vestigen. Heet ook vertrekoverschot.
- ontgroening
- Afname van het aandeel jongeren (onder de 20 jaar) in de bevolking.
- ontheemde
- Vluchteling die in het eigen land verblijft.
- oude woonwijk
- Stadswijk met een hoge woningdichtheid, gebouwd tussen 1870 en 1920.
- planeconomie
- Economisch systeem waarin de productie door de staat wordt bepaald, en waarbij voor elk bedrijf een productieplan wordt gemaakt waarin staat wat ze produceren en hoeveel. Heet ook communistisch productiesysteem.
- primaire sector
- Werk waarbij producten rechtstreeks uit de natuur worden gehaald.
- quartaire sector
- Niet-commerciële dienstverlening, zoals gezondheidszorg, onderwijs, defensie, brandweer en rechtspraak.
- remigratie
- Definitieve terugkeer van een migrant naar het land van herkomst.
- re-urbanisatie
- Als na jaren van daling het aantal inwoners in een stad weer stijgt.
- Schengenland
- Land in Europa dat zijn grens met een ander Europees land heeft opgeheven.
- secundaire sector
- Werk waarbij producten uit de primaire sector worden bewerkt.
- seizoensmigratie
- Migratie voor een korte periode naar een ander gebied om seizoengebonden werk te doen, zoals druiven plukken in het najaar.
- selectieve migratie
- Migratie op basis van bijvoorbeeld leeftijd, inkomen en/
of geslacht. - staat
- Een gebied met duidelijke grenzen en een bestuur dat eigen baas is (soverein).
- stadscentrum
- Zie central business district (cbd).
- stedelijke vernieuwing
- Het vernieuwen van woonwijken in een stad.
- suburbanisatie
- Migratie van de stad naar de nabije (landelijke) omgeving.
- tertiaire sector
- Alle bedrijven die zich bezighouden met commerciële dienstverlening.
- vergrijzing
- Toename van het aandeel ouderen (65+) in de totale bevolking.
- vertrekoverschot
- Wanneer er meer mensen vertrekken uit een gebied dan dat er mensen zich vestigen.
- vestigingsoverschot
- Wanneer er meer mensen zich vestigen in een gebied dan dat er mensen vertrekken.
- vluchteling
- Iemand die vanwege oorlog, godsdienst, etnische groep, nationaliteit, seksuele geaardheid of meningsuiting vlucht uit een land.
- vrijemarkteconomie
- Economisch systeem waarin bedrijven eigendom zijn van ondernemers die zelf bepalen wat ze maken of welke diensten ze aanbieden. Heet ook kapitalistisch productiesysteem.
- zware industrie
- Bedrijven die veel (ruwe) grondstoffen gebruiken, zoals steenkool, ijzererts of ruwe olie.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–