Leerboek - 3 vmbo-kgt - 2 Nederland van boerenland naar industrieland - G
Publiek
Woorden in deze lijst (23)
Origineel
- industriële sameneving
- Samenleving waarin industrie het belangrijkste middel van bestaan is. H2 inenten Inbrengen van een vloeistof in een lichaam door middel van een holle naald.
- stoommachine
- Machine die met stoom onder druk een beweging veroorzaakt waardoor hij kan dienen als aandrijfkracht van andere toestellen.
- industrie
- Grootschalige manier van produceren die gebruikmaakt van machines.
- techniek
- Kennis om iets ingewikkelds in elkaar te zetten. Ook: toepassing van zulke kennis om apparaten te bedenken en te bouwen.
- machine
- Apparaat dat dingen automatisch doet en het werk overneemt van mensen.
- ambachtschool
- School die bedoeld is om een beroep te leren dat je met je handen uitoefent.
- elektriciteit
- Manier om energie over te brengen via een metalen draad, zodanig dat een lamp gaat branden of een machine gaat draaien. Elektriciteit moet altijd door andere krachten worden opgewekt (bijvoorbeeld stoomkracht, windkracht of waterkracht).
- fabriek
- Plaats waar producten worden gemaakt met behulp van machines.
- arbeider
- Iemand die zijn brood verdient met eenvoudig werk, bijvoorbeeld in een fabriek.
- regering
- Groep bestuurders, meestal ministers, die plannen maakt voor nieuwe wetten en bestaande wetten uitvoert.
- wet
- Algemene regel die geldt voor iedereen in het land. In democratische landen geldt dat zulke regels door de regering zijn vastgesteld en goedgekeurd door het parlement.
- leerplicht
- Toestand waarin alle kinderen tot een bepaalde leeftijd door de wet verplicht naar school moeten.
- minister
- Dienaar van een vorst die helpt bij het regeren op een bepaald gebied, bijvoorbeeld het beheren van het geld (financiën) of de contacten met het buitenland (buitenlandse zaken). Na de democratische revoluties werden grondwetten ingevoerd die de macht van koningen afnamen, zodat de ministers de machtigste bestuurders werden.
- kinderarbeid
- Werk dat gedaan wordt door kinderen.
- onderwijs
- Overbrengen van kennis en vaardigheden op leerlingen.
- administratie
- Dingen opschrijven om een bedrijf goed te kunnen besturen, bijvoorbeeld de inkomsten en uitgaven bijhouden.
- handel
- Uitwisseling van goederen door te ruilen of door met geld te betalen.
- voortgezet onderwijs
- Onderwijs ná de basisschool.
- wetenschap
- Prijs die wetenschappers kunnen winnen als ze gezorgd hebben voor een belangrijke ontdekking of vooruitgang. Er bestaan ook Nobelprijzen voor mensen die zich hebben ingespannen voor vrede, of die belangrijke literatuur hebben geschreven. De prijs is genoemd naar de Zweedse ondernemer Alfred Nobel die zijn erfenis ervoor bestemd had.
- Nobelprijzen
- Prijs die wetenschappers kunnen winnen als ze gezorgd hebben voor een belangrijke ontdekking of vooruitgang. Er bestaan ook Nobelprijzen voor mensen die zich hebben ingespannen voor vrede, of die belangrijke literatuur hebben geschreven. De prijs is genoemd naar de Zweedse ondernemer Alfred Nobel die zijn erfenis ervoor bestemd had.
- beroepsbevolking
- Alle mensen in een land die een baan hebben.
- oorzaak
- Iets waardoor iets anders gebeurt
- economie
- Alles wat te maken heeft met werk, handel, geld en dingen maken. Als het daarmee goed gaat, wordt gezegd dat het goed gaat met ‘de economie’.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–